ECLI:NL:RBAMS:2024:3942

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juli 2024
Publicatiedatum
3 juli 2024
Zaaknummer
13-329112-21
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake Mega Holmen: veroordeling voor medeplegen gewoontewitwassen, ondergronds bankieren en deelneming aan een criminele organisatie

In de zaak Mega Holmen heeft de Rechtbank Amsterdam op 2 juli 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van gewoontewitwassen, ondergronds bankieren en deelneming aan een criminele organisatie. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden voor het witwassen van een bedrag van € 208.925,-, bestaande uit tien geldtransacties, en voor het deelnemen aan een criminele organisatie die tot doel had het plegen van misdrijven, waaronder gewoontewitwassen en bankieren zonder vergunning. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte en zijn medeverdachten gedurende een periode van bijna vier jaar betrokken waren bij criminele activiteiten die een bedreiging vormden voor de legale economie. De verdachte heeft een rol als bankier vervuld binnen de organisatie, waarbij hij gebruik maakte van zijn bedrijf voor het uitvoeren van illegale geldtransacties. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van enkele andere tenlastegelegde feiten, waaronder het witwassen van specifieke geldbedragen en een pand, omdat de verdachte een legale herkomst voor deze bedragen en het pand had kunnen aantonen. De rechtbank heeft de strafeis van de officier van justitie, die een gevangenisstraf van 15 maanden had geëist, gematigd en geen voorwaardelijke straf of geldboete opgelegd. De uitspraak benadrukt de ernst van de feiten en de rol van de verdachte binnen de criminele organisatie.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13-329112-21
Datum uitspraak: 2 juli 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1961 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 januari 2024, 1 februari 2024, 6 februari 2024 en 2 juli 2024. Het onderzoek is gesloten op 2 juli 2024, waarna direct uitspraak is gedaan in de zaken van verdachte en de medeverdachten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. S.A. van de Vliet en mr. U.E.A. Weitzel (hierna: de officier van justitie), en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. K.H.T. Gijssel, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd en na wijziging van de tenlastelegging op de zitting – ten laste gelegd dat hij:
Feit 1: in de periode van 1 juli 2018 tot en met 12 april 2022 tezamen en in vereniging met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van een bedrag van
€ 208.925,-, bestaande uit 10 geldtransacties;
Feit 2: op 12 april 2022 een geldbedrag van € 160.715,- en/of een geldbedrag van € 2.310,- en/of een pand aan het [adres] heeft witgewassen;
Feit 3: in de periode van 1 juli 2018 tot en met 12 april 2022 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte en de medeverdachten, met het oogmerk op het plegen van misdrijven te weten (gewoonte-)witwassen en/of bankieren zonder vergunning;
Feit 4: in de periode van 1 juli 2018 tot en met 12 april 2022 tezamen en in vereniging, met een zetel in Nederland, opzettelijk zonder vergunning van de Nederlandsche Bank heeft gebankierd, voor een bedrag van € 208.925,-, bestaande uit circa 10 geldtransacties.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt dat de aan verdachte ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feit 2 vindt de officier van justitie dat niet kan worden bewezen dat het pand aan het [adres] en de geldbedragen € 625,- en € 850,- uit misdrijf afkomstig zijn en verzoekt verdachte hiervan partieel vrij te spreken.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde transacties merkt de verdediging op dat de combinatie van de telefoon en de aantekeningen/boekhouding onvoldoende overtuigend bewijs vormen dat deze transacties door verdachte zijn verricht, als deze transacties al hebben plaatsgevonden. Verdachte heeft met betrekking tot de telefoon verklaard dat het niet zijn telefoon is en hij deze telefoon niet alleen gebruikte. Ook het zogenaamde kasboek kan niet zomaar exclusief aan verdachte worden gelinkt. Dat het reisbureau als meetingpoint wordt genoemd, is onvoldoende voor het vaststellen van de betrokkenheid van verdachte. De kleine bedragen in de zaak van verdachte zagen op legale money-transfers, waar hij lange tijd een vergunning voor had. Verdachte heeft op verzoek van [medeverdachte 1] weleens grotere bedragen geld meegegeven en genoteerd, maar had niet het gevoel dat hij iets strafbaars deed. Hij had geen wetenschap van het witwassen van geld. Van een criminele herkomst is niet gebleken, hoogstens is sprake van het ondergronds bankieren met legaal geld. Aan de vereisten voor deelname aan een criminele organisatie wordt niet voldaan. Vrijwel alle informatie is suggestief en niet bewezen en verdachte heeft geen enkele betrokkenheid bij het tenlastegelegde. Met betrekking tot de bedragen die bij verdachte zijn aangetroffen, stelt de verdediging dat verdachte een succesvol ondernemer was en hierdoor beschikte over veel contant geld. Het aantreffen van een groot contant geldbedrag in een kluis is onvoldoende om het vermoeden van het witwassen van dat geld te kunnen dragen. Mocht de rechtbank vinden dat van verdachte toch verwacht mocht worden dat hij uitleg gaf over de herkomst van het aangetroffen geld, dan verwijst de verdediging naar de verklaring van verdachte dat het geld afkomstig was van [bedrijf 1] . Verdachte heeft zijn boekhouding en het telefoonnummer van zijn boekhouder overgelegd. Het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende onderzoek naar deze boekhouding verricht.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. [1]
3.3.1.
Inleiding
Het opsporingsonderzoek met de naam Holmen is op 10 januari 2020 aangevangen naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen (hierna: TCI). Uit deze informatie kwam het vermoeden naar voren dat het pand aan de [adres] gebruikt zou worden om grote geldbedragen wit te wassen, onder meer door middel van cryptovaluta. Daarbij werd onder meer de naam van medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) genoemd. Het genoemde pand aan de [adres] bleek zijn eigendom te zijn. Van 13 februari 2020 tot 6 maart 2020 heeft bij dat pand een camera-observatie plaatsgevonden waardoor het vermoeden van witwashandelingen op deze locatie werd versterkt. Op de camerabeelden werd gezien dat regelmatig tassen met vermoedelijk contante gelden in en uit het pand werden gebracht.
Vanaf maart 2020 is de cameraobservatie op de [adres] stopgezet vanwege het opstarten van zijtakonderzoek Sestus. Dit onderzoek is opgestart op basis van TCI-informatie over twee andere verdachten die zich bezig zouden met de handel in verdovende middelen en het witwassen van crimineel geld. Op 23 september 2020 werden in dit onderzoek verschillende aanhoudingen verricht, nadat verdachte [naam 1] twee zwarte sporttassen en vier bigshopper-tassen aan een andere verdachte leverde. In deze tassen bleek een bedrag van meer dan drie miljoen euro te zitten. Uit peilbakengegevens en, en OVC-gesprekken, kwam het vermoeden naar voren dat dit geldbedrag afkomstig was van [medeverdachte 1] en was geleverd vanuit de [adres] . [2]
Op 25 september 2020 is de cameraobservatie op de [adres] hervat. De vermoedelijke geldleveringen vonden nog steeds plaats en daarbij kwamen ook verschillende familieleden van [medeverdachte 1] in beeld. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een verdenking van witwassen ten aanzien van onder meer verdachte en [medeverdachte 2] , [naam 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , allen met de achternaam [achternaam] . Ter zitting is overeengekomen dat de verdachten bij hun voornaam zouden worden genoemd en voor de leesbaarheid zal dit ook in het vonnis gebeuren. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 2] zouden hoofdzakelijk betrokken zijn bij het witwassen van geld vanaf de [adres] , en [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] zouden betrokken zijn bij geldleveringen aan en van derden.
Naast onderzoek Sestus hebben ook diverse andere zijtakonderzoeken bijgedragen aan de verdenkingen.
Het onderzoek Adonora ziet op meerdere, uit bakengegevens en observaties blijkende, ontmoetingen tussen [medeverdachte 4] en [naam 3] waarbij tassen werden overgedragen. In sommige gevallen bracht [medeverdachte 4] de tassen vervolgens naar de [adres] . [naam 3] kon worden gekoppeld [naam 4] en een pand in [plaats] , waar later bij een doorzoeking grote hoeveelheden contante gelden, verdovende middelen en vuurwapens werden aangetroffen. Op 24 juni 2021 werd tot aanhouding overgegaan van verdachten [naam 4] en [naam 3] toen het vermoeden bestond dat zij een geldlevering zouden doen aan [medeverdachte 4] . In hun auto werd toen een groot geldbedrag in een bigshopper-tas aangetroffen. In de telefoons van [naam 4] en [naam 3] werd vermoedelijke communicatie met [medeverdachte 1] aangetroffen. Ook was er communicatie die leek te gaan over geldleveringen in relatie tot [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] . [3]
Het onderzoek Kaliman richtte zich op [naam 5] . Uit bakengegevens in combinatie met observaties rees het vermoeden dat [medeverdachte 3] tassen met contant geld leverde aan [naam 5] . Gedurende het onderzoek Holmen werd gezien dat [naam 5] ook de locatie aan de [adres] bezocht. Op 4 mei 2021 werd [naam 5] aangehouden waarna in de woning van zijn moeder een tas met contanten werd aangetroffen. Het vermoeden bestond dat de tas kort daarvoor door [medeverdachte 3] werd afgegeven. [4]
Het onderzoek Novelo had betrekking op [naam 6] . Op camerabeelden van de [adres] was te zien dat [naam 6] meerdere keren met een rugzak het pand aan de [adres] binnenging en met een meer gevulde rugzak het pand verliet. Op 16 november 2021 werd op de camerabeelden gezien dat [naam 6] vanaf de [adres] naar [locatie] in Rotterdam reed, waar hij met de meer gevulde rugzak het pand binnenging. Kort daarop werd door de politie het pand van [locatie] betreden. Tijdens de daaropvolgende doorzoeking werd een bedrag van € 85.710,- in contanten aangetroffen, waarvan € 46.280,- in de rugzak die [naam 6] daarvoor bij zich droeg. Het vermoeden bestond dat deze contanten afkomstig waren van de [adres] . [5]
Diverse verdachten, onder wie ook [verdachte] , zijn door de politie gekoppeld aan EncroChat- en/of Sky-accounts. Uit de versleutelde chatberichten leidt de politie af dat [bedrijf 1] werd gebruikt om grote contante geldbedragen af te geven of te ontvangen. Uit ontsleutelde EncroChat-berichten komt naar voren dat de gebruiker van het account [account 1] , toegeschreven aan [medeverdachte 2] , op die locatie bedragen in ontvangst neemt van de gebruiker van het account [account 2] . [account 2] spreekt in zijn berichten over ‘cookers uit Mexico’ en ‘working in the labs’ en is nadien geïdentificeerd en veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij synthetische drugslabs. [6] Uit EncroChat- en Sky-berichten kwamen ook de locaties [adres] ( [bedrijf 2] , een onderneming van [medeverdachte 3] ) en [adres] ( [bedrijf 3] , gerund door [medeverdachte 6] en in eigendom van [verdachte] ) als locaties van vermoedelijke witwashandelingen en ondergronds bankieren naar voren. [7]
Zaaksdossiers uit voornoemde onderzoeken zijn gevoegd in het dossier van Holmen. Naar aanleiding van deze onderzoeken heeft de politie op de actiedag van 12 april 2022 verdachte en de medeverdachten aangehouden. Hierbij zijn diverse panden en woningen van de verdachten doorzocht, waarbij onder meer grote hoeveelheden contant geld, deels verborgen in poefen, en geldtelmachines zijn aangetroffen.
3.3.2.
Bewezenverklaring feit 1
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 208.925,-, bestaande uit tien geldtransacties en dat hij hier een gewoonte van heeft gemaakt.
Verdachte is de eigenaar van het bedrijf [bedrijf 1] , een reiswinkel aan de [adres] , en hij is hier vaak aanwezig. [bedrijf 1] was tot 1 januari 2022 vergunninghouder voor money transfers tot € 3.000,-. Bij de doorzoeking bij [bedrijf 1] zijn kluizen aangetroffen – in een aparte ruimte in de winkel – waarin een groot geldbedrag werd gevonden. [8] Uit diverse bronnen komen aanwijzingen naar voren dat deze locatie werd gebruikt voor het uitvoeren van geldtransacties. Uit ontsleutelde EncroChat-berichten kan worden opgemaakt dat de gebruiker van het account [account 1] , toegeschreven aan [medeverdachte 2] , op die locatie bedragen in ontvangst neemt van de gebruiker van het account [account 2] . [account 2] spreekt in zijn berichten over ‘cookers uit Mexico’ en ‘working in the labs’, en is nadien geïdentificeerd en veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij synthetische drugslabs. [9] Daarnaast is sprake van ontsleutelde Sky-berichten van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] , waarin wordt gesproken over geldbedragen en [medeverdachte 3] de opdracht krijgt geld op te halen bij ‘ [gebruikersnaam verdachte] ’. [10] Ook in een groepschat tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] wordt gesproken over het ophalen van geld bij ‘ [gebruikersnaam verdachte] ’. [11] ‘ [gebruikersnaam verdachte] ’ wordt geïdentificeerd als [verdachte] . [12] Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ‘ [gebruikersnaam verdachte] ’ wordt genoemd. [13] Op de [adres] is administratie in beslag genomen waarin transacties worden bijgehouden. [14] Bij [bedrijf 1] is in de vensterbank naast een van de bureaus een notitieboekje aangetroffen, lijkend op een kasboek (hierna: het kasboek). [15] De notities in deze administratieve bescheiden lijken op elkaar aan te sluiten, in die zin dat bedragen over en weer worden ‘geschoven. [16] Uit het procesdossier volgt dat er in deze bescheiden een afwijkende schrijfwijze wordt gehanteerd voor de bedragen. De punt bij de bedragen wordt veelvuldig een of meerdere plaatsen naar rechts gezet. Ook komt het voor dat de punt wordt vervangen door een komma. [17]
Transacties
De tien concrete transacties waarop de beschuldiging is gebaseerd, zijn afkomstig uit het kasboek in samenhang met berichten op een telefoon die is aangetroffen bij de doorzoeking van [bedrijf 1] . Deze berichten zijn gewisseld tussen de gebruiker van de telefoon, met onder andere de gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam verdachte] ’ enerzijds en ‘ [gebruikersnaam] ’ (en derden) anderzijds. ‘ [gebruikersnaam] ’ is geïdentificeerd als [medeverdachte 1] . [18]
11 april 2022 € 10.150,-
In een chat tussen de gebruiker van de telefoon en [medeverdachte 1] van 11 april 2022 wordt gesproken over een transactie van € 10.150,-. [medeverdachte 1] geeft aan dat ‘zij’ dit bedrag hebben ontvangen op basis van een (tegen)transactie in Dubai. De gebruiker van de telefoon vraagt vervolgens om een token ter bevestiging van de ontvangst. [19]
14 februari 2022 € 10.200,-
In het kasboek dat is aangetroffen bij [bedrijf 1] wordt bij 14 februari 2022 een bedrag van 10.200 genoteerd. Dit bedrag wordt ook genoemd in een chatgroep, waarbij [gebruikersnaam] de gebruiker van de telefoon was. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij de naam ‘ [gebruikersnaam] ’ gebruikte. [20] De levering van dit geldbedrag wordt op 15 februari 2022 bevestigd. [21] Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij dit bedrag herkent.
4 maart 2022 € 10.000,-
In een chat van 4 maart 2022 stuurt [medeverdachte 1] het bericht ‘geef morgen [gebruikersnaam] @ 10 [gebruikersnaam] ’. Hierop stuurt degene die de telefoon gebruikt’ een foto van het kasboek waarin staat genoteerd: ’10- [gebruikersnaam] ’. [22]
5 maart 2022 € 5.000,-
In een groepschat wordt op 5 maart 2022 door een van de deelnemers het bericht ‘+50,00 tbv [gebruikersnaam] ’ verstuurd. In het kasboek dat is aangetroffen bij [bedrijf 1] staat ‘5 [gebruikersnaam] ’ genoteerd. [23]
7 maart 2022 € 10.000,-
Op 7 maart 2022 laat de gebruiker van de telefoon aan [medeverdachte 1] weten dat de zoon van [naam 7] hem gaat contacten. Op 8 maart 2022 stuurt [medeverdachte 1] het bericht: “Geef hem 10 [gebruikersnaam] ”. In het kasboek staat genoteerd’10. [gebruikersnaam] ’. [24] Een foto van deze pagina uit het kasboek wordt verstuurd aan [medeverdachte 1] . [25]
12 maart 2022 € 3.700,-
Op 12 maart 2022 wordt in een groepschat ’+37,00 tbv [gebruikersnaam] ’ gedeeld. In het kasboek staat ‘3700 [gebruikersnaam] ’ genoteerd. [26] Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij dit bedrag herkent en dat [medeverdachte 1] hem heeft gevraagd of hij aan ‘ [gebruikersnaam] ’ wilde betalen.
21 maart 2022 € 5.000,-
Op 21 maart 2022 vraagt de gebruiker van de telefoon of er iets is voor ‘ [gebruikersnaam] ’. Het antwoord hierop is ‘er was een 5 voor [gebruikersnaam] ’, waarop de gebruiker van de telefoon laat weten dat dat ‘van [gebruikersnaam] komt’. In het kasboek staat genoteerd ‘5 [gebruikersnaam] ’. Een foto van het kasboek was al eerder door de gebruiker van de telefoon aan [medeverdachte 1] verstuurd. [27]
24 maart 2022 € 83.073,-
[medeverdachte 1] stuurt op 24 maart 2022: ‘Kan ik iemand sturen om 83075 op te halen’. De gebruiker van de telefoon stuurt hierop een token. In het kasboek staat genoteerd ‘83075 [gebruikersnaam] ’. [28]
2 april 2022 € 46.800,-
De gebruiker van de telefoon stuurt aan [medeverdachte 1] het bericht ‘ [gebruikersnaam] 48.600 srd’. In het kasboek staat ‘46.800’ als ontvangst genoteerd. Een foto van het kasboek wordt op 4 april 2022 door de gebruiker van de telefoon gestuurd naar [medeverdachte 1] . [29]
4 april 2022 € 25.000,-
Op 4 april 2022 vraagt [medeverdachte 1] ‘kan [gebruikersnaam] zoon een 25 ophalen’. In het kasboek staat genoteerd ‘25 [gebruikersnaam] ’. [30]
Bewijsoverweging transacties
De verdediging heeft het verweer gevoerd dat er geen link is tussen de chats en de transacties die genoemd worden in het kasboek en dat het niet vaststaat dat deze transacties daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. De rechtbank verwerpt dit verweer. De bedragen die genoemd worden in de chats en in het kasboek staan opgenomen, zijn specifiek en komen zo goed als overeen. De werkwijze van de criminele organisatie was dat een punt werd verplaatst of werd vervangen door een komma. Daarnaast worden er in de chats tokens gestuurd en wordt bijvoorbeeld bevestigd dat geld is opgehaald.
Bewijsoverweging gebruik telefoon
De verdediging heeft vervolgens het verweer gevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker is van de telefoon die werd aangetroffen bij [bedrijf 1] . Het kasboek en de overige administratie is aangetroffen op het bureau waar verdachte altijd zat. Hij heeft dit kasboek ook herkend. Hij heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de telefoon gebruikte, maar dat hij niet de enige gebruiker hiervan was, en dat hij weleens ‘ [gebruikersnaam verdachte] ’ wordt genoemd. Twee van de transacties heeft verdachte herkend en hij heeft verklaard dat hij van [medeverdachte 1] een bedrag moest geven aan bijvoorbeeld ‘ [gebruikersnaam] ’. In de groepschats op de telefoon wordt door de overige gebruikers nooit gevraagd met wie ze contact hebben. De rechtbank leidt hieruit af dat de anderen weten met wie ze contact hebben als ze contact hebben met de gebruiker van de telefoon. Daarnaast komen de bedragen in de aangetroffen administratie overeen met de bedragen die worden genoemd in de chats. De rechtbank concludeert uit dit alles, in onderlinge samenhang bezien, dat het verdachte als gebruiker van de telefoon was die de transacties heeft verricht.
Bewijsoverweging witwassen
De rechtbank kan ten aanzien van de transacties niet vaststellen dat de geldbedragen afkomstig zijn uit een specifiek bronmisdrijf. Ook als niet duidelijk is uit welk specifiek bronmisdrijf een voorwerp afkomstig is, kan witwassen worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is. Indien de feiten en omstandigheden zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van het voorwerp. Zo’n verklaring moet concreet en verifieerbaar zijn, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. De rechtbank vindt dat sprake is van een witwasvermoeden, gelet op de hoogte van de geldbedragen en de wijze waarop de transacties tot stand zijn gekomen, onder meer het gebruik van PGP-telefoons, het gebruik van schuilnamen en de versluierde manier van administratie. Meer concrete aanwijzingen ziet de rechtbank in de connecties met klanten die direct in verband kunnen worden gebracht met strafbare feiten, zoals ‘ [account 2] ’ en [naam 4] en [naam 3] . Ten aanzien van deze laatste twee overweegt de rechtbank dat weliswaar geen directe link met verdachte is vastgesteld, maar wel dat zij zaken deden met het criminele samenwerkingsverband waarvan ook verdachte deel uit maakte (zoals hierna beschreven onder feit 4). Nu de onderhavige geldtransacties onderdeel uitmaakten van de activiteiten van het criminele samenwerkingsverband, acht de rechtbank ook dit redengevend voor het witwasvermoeden ten aanzien van verdachte. Dat met betrekking tot de beschreven transacties enkel sprake lijkt te zijn van uitgaande transacties, maakt dit niet anders, nu ervan mag worden uitgegaan dat tegenover uitgaande ook inkomende transacties staan, waarvoor eveneens een witwasvermoeden geldt en uit de berichten en administratie bovendien naar voren komt dat waar nodig de geldvoorraad werd aangezuiverd door het criminele samenwerkingsverband. Verdachte heeft geen verklaring over de herkomst van de gelden afgelegd om dit vermoeden te ontzenuwen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het niet anders kan dan dat deze bedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf. Gelet op bovenstaande omstandigheden verwerpt de rechtbank het verweer dat slechts sprake zou zijn van ondergronds bankieren met legale gelden.
De wijze van communiceren, administreren en opslag duidt erop dat verdachte en de medeverdachten actief iets wilden verhullen. Verdachte is bovendien in het verleden veroordeeld voor soortgelijke feiten. Voor zover verdachte niet ten volle wist dat het geld uit misdrijf afkomstig was, heeft hij gelet op het bovenstaande in ieder geval de aanmerkelijke kans hierop bewust aanvaard.
Door het voorhanden hebben en overdragen van deze bedragen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Of een meervoud aan gedragingen kan worden gekwalificeerd een gewoonte, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht, alsmede aan het aantal gedragingen en het tijdsbestek waarbinnen deze zich hebben afgespeeld. Daarbij geldt niet de eis dat wordt vastgesteld dat die gedragingen zich met een bepaalde minimumfrequentie hebben voorgedaan. [31] Nu verdachte in relatief korte tijd betrokken was bij tien transacties, waarbij steeds in zijn winkel werd afgesproken, is de rechtbank is van oordeel dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Partieel vrijspraak periode
De rechtbank is van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de periode 1 juli 2018 tot 1 februari 2022, omdat de eerste bewezen transactie dateert van 14 februari 2022.
3.3.3.
Vrijspraak feit 2
De rechtbank is van oordeel dat verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Zij overweegt hiertoe als volgt.
Een geldbedrag van € 160.715,-
In een kluis in het pand van [bedrijf 1] is een geldbedrag van € 160.665,- aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat er – op basis van het onder feit 1 bewezenverklaarde en gelet op de wijze van opbergen en de coupures – een redelijk vermoeden was van witwassen. Verdachte heeft verklaard dat het geld afkomstig is uit het bedrijf. Verdachte heeft tijdens zijn verhoren verklaard dat hij hiervan administratie heeft en hij heeft het Openbaar Ministerie verwezen naar zijn boekhouder. Hij had een goedlopend bedrijf en verkocht producten die een zekere waarde vertegenwoordigden. Verdachte heeft hiermee een verklaring gegeven die concreet en verifieerbaar is en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Vervolgens ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar die verklaring. Als uit dit onderzoek blijkt dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is, kan het witwassen van dat voorwerp worden bewezen. Het Openbaar Ministerie heeft, ondanks herhaaldelijk aandringen van de verdediging, nagelaten hier nader onderzoek naar te doen wegens gebrek aan capaciteit en budgettaire redenen. Daarmee kan de door verdachte geschetste legale herkomst van het geldbedrag niet met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten, zodat de rechtbank verdachte van dit onderdeel vrij zal spreken.
Een geldbedrag van € 2.310,- ( [adres] )
In de woning van verdachte is een contant geldbedrag van € 2.310,- aangetroffen. Met betrekking tot dit bedrag overweegt de rechtbank dat verdachte een legaal inkomen had en het niet gaat om een dusdanig bedrag dat dit niet uit een legale bron – de winkel van verdachte – afkomstig zou kunnen zijn. De rechtbank vindt dus dat geen sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden dat dit bedrag uit misdrijf afkomstig is en zal verdachte van het witwassen van dit bedrag vrijspreken.
Een pand aan het [adres]
Het pand aan het [adres] is door verdachte gekocht in 1988 en verdachte heeft verklaard dat dit pand is gefinancierd met een legale lening. Op basis van het procesdossier kan de rechtbank niet met voldoende mate van zekerheid uitsluiten dat dit pand met legaal geld is gekocht en zij zal verdachte dan ook vrijspreken van het witwassen van dit pand.
3.3.4.
Bewezenverklaring feit 4
De rechtbank vindt – gelet op de bewijsmiddelen genoemd onder feit 1 – ook het onder feit 4 tenlastegelegde ondergronds bankieren bewezen. Verdachte beschikte niet over een vergunning van de Nederlandsche Bank, maar verrichte wel – tezamen en in vereniging met anderen – activiteiten die kunnen worden gekwalificeerd als betaaldienstverlening. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat de tenlastegelegde transacties plaatsvonden buiten het formele geldcircuit. Verdachte heeft hierbij de rol gehad van bankier vanuit zijn bedrijf [bedrijf 1] . De rechtbank gaat hierbij uit van 10 geldtransacties ter waarde van
€ 208.925,- in de periode van 1 februari 2022 tot en met 12 april 2022. Verdachte wordt voor het overige deel van de periode vrijgesproken.
3.3.5.
Bewezenverklaring feit 3
De rechtbank vindt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien met de bewijsmiddelen die zijn aangehaald ten aanzien van feit 1, bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband (hierna: CSV), met de medeverdachten [medeverdachte 6] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [naam 2] , dat tot doel had het plegen van misdrijven, namelijk gewoontewitwassen en bankieren zonder vergunning. Met de door de criminele organisatie verrichte transacties, vastgesteld op basis van informatie uit de onderzoeken Sestus, Adonora en Kaliman, Sky- en EncroChat-communicatie, en de aangetroffen administratie, was, zoals hieronder nader uiteengezet, een totaalbedrag van € 95.989.960,- gemoeid. [32]
Locaties
Bij cameraobservaties van de [adres] werd gezien dat veelvuldig tassen het pand in en uit werden gebracht. In de onderzoeken Sestus, Adonora en Novelo is vastgesteld dat er geld in de tassen zat. [33] Het pand aan de [adres] werd gebruikt als hoofdlocatie van het CSV. Ook andere adressen gerelateerd aan leden van de familie [achternaam] komen uit het onderzoek naar voren als relevante locaties. Uit versleutelde Sky-gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] komt naar voren dat op de locatie [bedrijf 2] , een onderneming van [medeverdachte 3] , diverse transacties hebben plaatsgevonden. [34] [medeverdachte 3] was tevens reseller van de PGP-telefoons die gebruikt zijn in het CSV. [35] Ook [bedrijf 1] , de onderneming van [verdachte] , en [bedrijf 3] , de onderneming van [medeverdachte 6] , komen in diverse chatgesprekken als locatie voor het uitvoeren van transacties naar voren. [36]
Administratie
In het pand aan de [adres] is administratie aangetroffen waarin transacties zijn opgenomen die zijn te relateren aan transacties waarover wordt gesproken in de aangetroffen chatberichten. [37] Ook bij [bedrijf 1] is administratie aangetroffen die (deels) overeenkomt met de administratie op de [adres] . [38]
Transacties CSV
Op basis van de transacties die kunnen worden afgeleid uit de EncroChat- en SKY-berichten, is een berekening gemaakt van de totaal door het CSV verrichte transacties. [39] Daarbij is rekening gehouden met de omstandigheid dat eerderen verdachten betrokken kunnen zijn bij één transactie. Ten aanzien van [medeverdachte 1] volgt uit het dossier een totaalsom aan bevestigde transacties van € 65.067.528,-. [40] Ten aanzien van [naam 2] gaat het om een totaalsom aan bevestigde transacties van € 13.884.660,-. [41] Ten aanzien van [medeverdachte 3] gaat het om een totaalsom aan bevestigde transacties van € 20.390.307,-. [42] Ten aanzien van [medeverdachte 2] gaat het om een totaalsom aan bevestigde transacties van € 14.363.357,03. [43] Ten aanzien van [medeverdachte 6] gaat het om een totaalsom aan bevestigde transacties van € 6.861.140,-. [44] Ten aanzien van [verdachte] gaat het om een totaalsom aan bevestigde transacties van
€ 318.925,-. [45] Ten aanzien van [medeverdachte 4] gaat het om een totaalsom aan bevestigde transacties van € 4.203.322,-. [46] Ten aanzien van [medeverdachte 5] gaat het om een totaalsom aan bevestigde transacties van € 2.912.570,-. [47]
Rollen
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachten de volgende rol in de organisatie hebben gehad. [medeverdachte 1] had een coördinerende en leidende rol, voornamelijk vanaf de locatie [adres] . Hij hield het kasboek bij en gaf instructies aan de medeverdachten. [48] [medeverdachte 2] werkte vooral vanaf de [adres] en was betrokken bij transacties als bankier en geldkoerier. [49] [naam 2] was betrokken bij de transacties vanaf de [adres] . [50] [medeverdachte 3] was werkzaam vanuit [bedrijf 2] en was geldkoerier, bankier en reseller van PGP-telefoons voor de organisatie. Hij voerde in opdracht van [medeverdachte 1] deze transacties uit en deed leveringen vanaf de openbare weg en bij [bedrijf 2] . [51] [medeverdachte 5] werkte als geldkoerier en was vaak te vinden op de [adres] . [52] [medeverdachte 6] werkte als bankier vanuit de [bedrijf 3] en was vanuit hier verantwoordelijk voor de transacties. Klanten werden door [medeverdachte 1] naar de winkel gestuurd voor de transacties. [53] [verdachte] werkte als bankier vanaf de locatie [bedrijf 1] en was vanuit hier verantwoordelijk voor de transacties. [54] [medeverdachte 4] werkte als geldkoerier en leverde en ontving geld op openbare plaatsen. [55]
Beoordelingskader deelname criminele organisatie
Voor een veroordeling voor deelneming aan een criminele organisatie moet sprake zijn (geweest) van een organisatie met als doel het plegen van misdrijven. Het moet gaan om een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen twee of meer personen. Voor de deelneming aan de organisatie is van belang dat verdachte bij de organisatie hoort en een bijdrage levert aan het verwezenlijken van het doel van de organisatie. Verdachte moet in zijn algemeenheid weten dat het doel van de organisatie het plegen van misdrijven is en moet opzet hebben op het deelnemen aan die organisatie. Als uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte heeft bijgedragen aan de verwezenlijking van het doel van de organisatie of een aan die organisatie ondersteunende handeling heeft verricht, dan volgt daaruit de wetenschap van dat doel.
Toepassing van dit beoordelingskader op deze zaak
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband waarbij de deelnemers het doel hadden om een gewoonte te maken van witwassen en ondergronds te bankieren. Binnen het samenwerkingsverband speelden de verschillende verdachten ieder een eigen rol. Verdachte was degene die fungeerde als bankier van geldbedragen. Gelet op zijn bijdrage en hetgeen de rechtbank ten aanzien van de overige feiten heeft overwogen, waaronder dat de transacties buiten het zicht van de autoriteiten werden gehouden, er sprake was van een versluierde administratie en er schuilnamen en tokens werden gebruikt, stelt de rechtbank vast dat verdachte wist wat het oogmerk van de organisatie was. Door de organisatie zijn gedurende lange periode misdrijven gepleegd en verdachte heeft daarbij een substantiële rol vervuld.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
Feit 1:
in de periode van 1 februari 2022 tot en met 12 april 2022, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders een geldbedrag van EUR 208.925 bestaande uit 10 geldtransacties, te weten:
(Bron: digitaal beslag)
- een geldbedrag van in totaal EUR 10.150,-, in de vorm van een geldtransactie op 11 april 2022 en
(Bron: kasboek [bedrijf 1] , [adres] )
- een geldbedrag van in totaal EUR 10.200,-, in de vorm van een geldtransactie op 14 februari 2022 en
- een geldbedrag van in totaal EUR 10.000,-, , in de vorm van een geldtransactie op 4 maart 2022 en
- een geldbedrag van in totaal EUR 5.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 5 maart 2022 en
- een geldbedrag van in totaal EUR 10.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 7 maart 2022 en
- een geldbedrag van in totaal EUR 3.700,-, in de vorm van een geldtransactie op 12 maart 2022 en
- een geldbedrag van in totaal EUR 5.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 21 maart 2022 en
- een geldbedrag van in totaal EUR 83.075,-, in de vorm van een geldtransactie op 24 maart 2022 en
- een geldbedrag van in totaal EUR 46.800,-, in de vorm van een geldtransactie op 2 april 2022 en
- een geldbedrag van in totaal EUR 25.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 4 april 2022
verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededaders wisten dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
Feit 3:
hij in de periode van 1 juli 2018 tot en met 12 april 2022 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte en uit medeverdachten
1. [medeverdachte 2] en
2. [medeverdachte 3] en
3. [medeverdachte 5] en
4. [medeverdachte 4] en
5. [medeverdachte 6] en
6. [medeverdachte 1] en
7. [naam 2]
en andere personen,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk
-a. een gewoonte maken van het plegen van witwassen (totaalbedrag EUR 95.989.960) en
-b. bankieren zonder vergunning;
Feit 4:
in de periode van 1 juli 2018 tot en met 12 april 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met een zetel in Nederland, opzettelijk zonder vergunning van de Nederlandsche Bank het bedrijf van betaaldienstverlener heeft uitgeoefend als bedoeld in artikel 2:3a lid 1 van de Wet op het Financieel Toezicht, immers hebben verdachte en zijn mededaders ten behoeve van en/of op verzoek van (onbekend gebleven) begunstigden en/of (onbekend gebleven) betalers en/of (onbekend gebleven) anderen (contante) geldtransacties uitgevoerd en/of voor rekening van een of meer van de voornoemde begunstigden en/of betalers ontvangen en/of beschikbaar gesteld en/of gehouden bestaande uit 10 geldtransacties (ter waarde van EUR 208.925,-) te weten:
(Bron: digitaal beslag)
- een geldbedrag van EUR 10.150,-, in de vorm van een geldtransactie op 11 april 2022 en
(Bron: kasboek [bedrijf 1] , [adres] )
- een geldbedrag van EUR 10.200,-, in de vorm van een geldtransactie op 14 februari 2022 en
- een geldbedrag van EUR 10.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 4 maart 2022 en
- een geldbedrag van EUR 5.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 5 maart 2022 en
- een geldbedrag van EUR 10.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 7 maart 2022 en
- een geldbedrag van EUR 3.700,-, in de vorm van een geldtransactie op 12 maart 2022 en
- een geldbedrag van EUR 5.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 21 maart 2022 en
- een geldbedrag van EUR 83.075,-, in de vorm van een geldtransactie op 24 maart 2022 en
- een geldbedrag van EUR 46.800,-, in de vorm van een geldtransactie op 2 april 2022 en
- een geldbedrag van EUR 25.000,-, in de vorm van een geldtransactie op 4 april 2022.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, en met opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij uitspraak van het vonnis. Daarnaast heeft de officier van justitie een geldboete van € 66.500,- gevorderd.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft door zijn aanhouding financiële en emotionele schade opgelopen. Hij heeft zijn bedrijf na meer dan 25 jaar moeten sluiten en is veel geld misgelopen. Hij moet alles weer opnieuw opbouwen. Aan verdachte is een schikking aangeboden, maar alleen in combinatie met een schikking in het onderzoek Angola. Het Openbaar Ministerie wil zoveel mogelijk afpakken van verdachte, maar dit is niet redelijk. De verdediging verzoekt de rechtbank om aan verdachte bij een bewezenverklaring te kijken naar de mogelijkheid van een (maximale) taakstraf, eventueel in combinatie met een (forse) voorwaardelijke gevangenisstraf en/of boete.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van de feiten
Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich gedurende bijna vier jaar schuldig gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte-)witwassen, ondergronds bankieren en het deelnemen aan een criminele organisatie. De organisatie heeft een bedrag van meer dan 95 miljoen euro witgewassen en verdachte heeft zelf – tezamen en in vereniging met anderen – een bedrag van € 208.925,- witgewassen. Verdachte had binnen de criminele organisatie onder meer een rol als bankier, waarbij hij en de organisatie gebruik maakten van het bedrijf van verdachte. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Door witwassen op deze schaal wordt niet alleen het girale betalingssysteem ondermijnd, maar kunnen ook andere vormen van zeer ernstige criminaliteit, zoals georganiseerde drugshandel, wapenhandel en terrorisme, worden gefinancierd.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 8 december 2023. Hieruit volgt dat verdachte in 2007 is veroordeeld tot een geldboete voor een overtreding van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de Wet inzake de geldtransactiekantoren. Zoals hieronder nader beschreven zal de rechtbank dit feit, zij het gelet op het tijdsverloop in beperkte mate, in strafverzwarende zin meewegen.
Samenloop
De rechtbank is van oordeel dat artikel 55 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is ten aanzien van het onder feit 1 en feit 4 bewezenverklaarde. Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank hier rekening mee.
Strafoplegging
De rechtbank heeft gekeken naar de LOVS-oriëntatiepunten die strafrechters onderling hebben opgesteld. Voor witwassen en ondergronds bankieren bestaan geen afzonderlijke oriëntatiepunten. De rechtbank heeft wel gekeken naar de oriëntatiepunten voor fraude, maar gelet op de aard en met name de hoogte van de bedragen in deze zaak, bieden die weinig houvast voor het komen tot een redelijke strafoplegging. Daarom heeft de rechtbank voornamelijk gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte – ondanks dat dit enige tijd geleden is – eerder is veroordeeld in verband met illegale geldtransacties en hij om die reden niet geheel onwetend was. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf of een geldboete op te leggen.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing van de schorsing af, omdat zij daar geen aanleiding toe ziet.

8.Beslag

Onder verdachte zijn de voorwerpen inbeslaggenomen die zijn opgenomen in een beslaglijst. Deze beslaglijst is gevoegd als bijlage 2 en geldt als hier ingevoegd.
8.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om de volgende goederen verbeurd te verklaren:
- het in beslag genomen geld dat is aangetroffen op de [adres] en op het adres [adres] (voorwerpen 17 t/m 21 en 24 t/m 34);
-het pand aan het [adres] (voorwerp 1).
De in beslag genomen sieraden (voorwerpen 6 tot en met 13) mogen retour naar de beslagene. De voorwerpen 3 en 4 zijn al retour naar verdachte.
8.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen disproportioneel is.
8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat – mede gelet op het feit dat verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken – het geldbedrag dat is aangetroffen in de winkel van verdachte, het aangetroffen geld en de sieraden uit de woning en de motorfiets en personenauto op naam van verdachte retour kunnen naar verdachte, omdat uit het dossier geen relatie met het bewezenverklaarde blijkt. Gelet op de opmerking van de officier van justitie, die niet is weersproken, zal de rechtbank geen beslissing nemen ten aanzien van beslagnummer 3 en 4. Ten aanzien van het pand aan het [adres] overweegt de rechtbank dat dit pand dienst heeft gedaan als een kantoor van de criminele organisatie en daarmee een faciliterende rol heeft gespeeld bij de bewezenverklaarde feiten. Verdachte was eigenaar van dit pand. De rechtbank ziet daarom aanleiding dit pand verbeurd te verklaren.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 55, 57, 140 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 2:3a van de Wet op het financieel toezicht.

10.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Eendaadse samenloop van:
Feit 1 en feit 4:
medeplegen van gewoontewitwassen en het medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2:3a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;
Feit 3:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Strafoplegging
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van
10 maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
Beslag
Verklaart verbeurd:
1. STK Onroerende registergoederen (Omschrijving: [adres] Kadastrale aanduiding Amsterdam [adres] Amsterdam explootnr L2200570).
Gelast de teruggave aan verdachte van:
2 1 STK Horloge 9000 (Omschrijving: ADRBB19026_716729, Stalen band, blauwe wijzerplaat, Rolex);
5 1 STK Horloge 6000 Beheer (Omschrijving: ADRBB19026_716740, Goud, merk: Cartier);
6 1 STK Armband met steentjes (Omschrijving: ADRBB19026_716752, Michael Kors);
7 1 STK Armband met steentjes (Omschrijving: ADRBB19026_716753, Goud);
8 1 STK Armband met steentjes (Omschrijving: ADRBB19026_716754, Goud);
9 1 STK Armband met steentjes (Omschrijving: ADRBB19026_716755, Goud);
10 2 STK Armband met steentjes in hartvorm (Omschrijving: ADRBB19026_716756, Goud);
11 1 STK Armband met 5 ronde stenen (Omschrijving: ADRBB19026_716757, Goud);
12 1 STK Armband (Omschrijving: ADRBB19026_716758, Tweekleurig);
13 1 STK Armband met 7 tweekleurige bedels (Omschrijving: ADRBB19026_716759, Tweekleurig);
14 2 STK Oorbel (Omschrijving: ADRBB19026_716760, Goud);
15 1 STK Armband met 3 ronde stenen (Omschrijving: ADRBB19026_716761, Goud);
16 2 STK Oorbel (in zakje) (Omschrijving: ADRBB19026_716762);
17 200 EUR - IBG: 12-04-2022 200 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716726);
18 625 EUR - IBG: 12-04-2022 625 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716727);
19 850 EUR - IBG: 12-04-2022 850 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716730);
20 575 EUR - IBG: 12-04-2022 575 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716735);
21 60 EUR - IBG: 12-04-2022 60 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716737);
22 1 STK Motorfiets 33500 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716734, Harley Davidson);
23 1 STK Personenauto [kenteken] 20000 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716732, Zwart, merk: Mercedes);
24 1855 EUR; IBGN 12-4-2022 1855 (Omschrijving: PL1300-DRBB19026_716480);
25 240 EUR; IBGN 12-4-2022 240 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716482);
26 2125 EUR; IBGN 12-4-2022 2125 (Omschrijving: PL1300-DRBB19026_716483);
27 6985 EUR; IBGN 12-4-2022 6985 (Omschrijving: PL1300-DRBB19026_716486);
28 600 EUR; IBGN 12-4-2022 600 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716490);
29 215 EUR; IBGN 12-4-2022 215 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716491);
30 43580 EUR; IBGN 12-4-2022 43580 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716573);
31 2305 EUR; IBGN 12-4-2022 2305 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716501);
32 2410 EUR; IBGN 12-4-2022 2410 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716504);
33 400 EUR; IBGN 12-4-2022 400 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716511);
34 100000 EUR: IBGN 12-4-2022 100000 (Omschrijving: PL1300-ADRBB19026_716505).
Dit vonnis is gewezen door
mr. G.M. van Dijk, voorzitter,
mr. M.R.J. van Wel en mr. J.M.R. Vastenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juli 2024.

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Proces-verbaal van herkenning stem OVC-gesprek van 19 juli 2022, p. ZD01.000155 e.v.
3.Zie bijvoorbeeld ALG.014, ZD05 p. 251 e.v.
4.ZD03 p. 4 e.v.
5.ZD06, p. 6 e.v.
6.TEL.008, p. 686.
7.ZD05.000025-27.
8.[verdachte] .BOB.016 en ALG.025.
9.TEL.008, p. 686.
10.Tel.013, bijlage 1.
11.FIN.049, 4147.
12.IDE.023.
13.Verklaring verdachte ter terechtzitting van 30 januari 2024.
14.FIN.016, ZD08003926.
15.FIN.050.
16.DIG.004, ZD08 p. 2594, FIN.015, ZD08 p. 3907 en DIG.035, ZD08 p. 3390.
17.FIN.015.
18.TEL.098.
19.Dig.032, p.ZD08.003325
20.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 30 januari 2024.
21.ZD08, p. 4217.
22.FIN.055, ZD08 p. 4197-4198.
23.ZD08, p. 4205.
24.ZD08, p. 4198.
25.FIN.055, p. 4198-4199.
26.ZD08, p. 4206.
27.FIN.055, ZD08 p. 3228.
28.ZD.08, p. 4202-4203.
29.FIN.055, ZD08 p. 4204.
30.FIN.055, ZD08 p. 4204.
32.3e aanvulling relaas 9 februari 2023.
33.ZD01: ALG.020, ALG.030 en ZD02: ALG.014, ALG.061, SITAM67.BSG.007 en LASTM91.BSG.008, en ZD06: PVB van bevindingen doorzoeking [adres] en PVB van geldtelling.
34.TEL.013.
35.TEL.029, ZD08 p. 5349.
36.Zie bijvoorbeeld TEL.005, TEL.017 en DIG.012, ZD08 p. 2751.
37.FIN.016, ZD08 p. 3922 en FIN.060, ZD08 p. 4351.
38.DIG.004, ZD08 p. 2594, FIN.015, ZD08 p. 3907 en DIG.035, ZD08 p. 3390.
39.FIN.011.
40.FIN.057 en FIN.044. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat zij in de zaak van [medeverdachte 1] een bedrag van € 61.354.923,-, bestaande uit 386 geldtransacties en 93 bitcointransacties bewezen heeft verklaard.
41.FIN.044, ZD05 p. 2131 e.v. en FIN.011.
42.FIN.044, ZD05 p. 2133 e.v., ALG.101 en FIN.063.
43.FIN.058, FIN.063 en FIN.044 en TEL.082.
44.FIN.044, TEL.005, TEL.015, TEL.054, TEL.066, DIG.012, ALG.050, DIG.008, DIG.009, ALG.101 DIG.020, FIN.034, DIG.009.
45.FIN.044, FIN.056, TEL.008, FIN.055 en DIG.032. Een deel van deze transacties is niet ten laste gelegd onder feit 1 en 4.
46.FIN.044, ZD05 p. 2140 e.v., ZD02 (Adonora), ALG.014, ALG.061, OBS.070
47.FIN.044, ZD05 p. 2142 e.v., DIG.002, DIG.003, DIG.010, DIG.011 en ALG.014 en ALG.061.
48.ZD05, p. 1 e.v. (documentcode 16311919).
49.TEL.030, ZD08 p. 5400.
50.TEL.012, ZD08 p. 4960 en ALG.035.
51.TEL.013, ZD08 p. 5073 en ALG.034.
52.OBS.061, ZD08 p. 4772.
53.TEL.017, ZD08 p. 5185 en DIG.009 p. 2631.
54.ALG.025, ZD08 p. 686.
55.Proces-verbaal van verdenking van 11 januari 2021, p. P.02.0005 e.v.