Eiseres, geboren in 1956, heeft van 1985 tot 1995 in Mexico gewoond en gewerkt na vertrek voor vrijwilligerswerk. Verweerder kende haar een AOW-pensioen toe van 80%, omdat zij in die periode niet verplicht verzekerd was en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij vrijwillig verzekerd was.
Eiseres baseerde haar stelling op een suppletieovereenkomst met PSO, die de vrijwillige verzekering en premiebetaling zou hebben geregeld. Verweerder heeft echter uitgebreid onderzoek gedaan in archieven en databanken en vond geen bewijs van aanmelding, premiebetaling of vaststelling van vrijwillige verzekering.
De rechtbank oordeelt dat eiseres de bewijslast draagt en dat de aangevoerde stukken onvoldoende zijn om vrijwillige verzekering aan te tonen. Ook een beroep op coulance wordt afgewezen omdat de dwingendrechtelijke bepalingen geen ruimte bieden voor afwijking.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen blijft vastgesteld op 80% van het volledige pensioen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.