ECLI:NL:RBAMS:2024:3606
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.P. Bleeker
- E. Dinjens
- C.C.J. Maas – van Es
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs handel en bezit van drugs na bewijsuitsluiting getuigenverklaringen
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van handel in en bezit van cocaïne en heroïne in de periode van december 2020 tot december 2021. De tenlastelegging omvatte meerdere feiten van drugshandel en bezit.
Tijdens de behandeling bleek dat het bewijs voor de betrokkenheid van verdachte hoofdzakelijk bestond uit verklaringen van vier getuigen die verdachte herkenden via enkelvoudige fotoconfrontaties. De rechtbank oordeelde dat deze vorm van confrontatie een suggestieve werking heeft en dat de verklaringen van drie getuigen niet betrouwbaar konden worden getoetst omdat de verdediging het ondervragingsrecht niet kon uitoefenen. Dit leidde tot bewijsuitsluiting van deze verklaringen om schending van artikel 6 EVRM Pro te voorkomen.
Met de uitsluiting van deze verklaringen was er onvoldoende bewijs voor de handel in drugs. Ten aanzien van het bezit van 7,52 gram heroïne in een logeerkamer waar verdachte werd aangetroffen, concludeerde de rechtbank dat verdachte geen wetenschap had van de drugs en deze niet in zijn machtssfeer had. De drugs waren verstopt en de vader van verdachte verklaarde eigenaar te zijn. Hierdoor sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs na bewijsuitsluiting van getuigenverklaringen.