Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:3471

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 juni 2024
Publicatiedatum
11 juni 2024
Zaaknummer
AMS 23/3356
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 236, tweede lid, GemeentewetArt. 8:75a, eerste lid, AwbArt. 8:54, eerste lid, AwbArt. 4:17 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding bij te vroeg ingebrekestelling in bestuursrechtelijke dwangsombeschikkingzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een uitspraak op zijn bezwaarschrift tegen een dwangsombeschikking van de gemeente Amsterdam. Na een ingebrekestelling aan de gemeente stelde de rechtbank vast dat deze ingebrekestelling te vroeg was gedaan volgens artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet. Hierdoor zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard als het niet was ingetrokken.

Eiser trok vervolgens het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er geen aanleiding is om de gemeente te veroordelen in de proceskosten, omdat de ingebrekestelling niet terecht was. De rechtbank sloot het onderzoek en wees het verzoek af.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Amsterdam en is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2024. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel ingesteld.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens te vroeg ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/3356

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te Loenen aan de Vecht, eiser,

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 14 juni 2023 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een uitspraak op het bezwaarschrift van eiser van 15 februari 2023.
Op 27 juli 2023 heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 3 augustus 2023 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep. [1] De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is kennelijk ongegrond. [2]
Wat is er gebeurd?
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet op tijd nemen van een uitspraak op het bezwaarschrift van 15 februari 2023 dat eiser tegen de dwangsombeschikking van
16 januari 2023 heeft ingediend. [3] Eiser heeft verweerder op 11 april 2023 in gebreke gesteld. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld.
Standpunten
3. Verweerder heeft zich onder verwijzing naar artikel 236, tweede lid, van de Gemeentewet op het standpunt gesteld dat eiser verweerder te vroeg in gebreke heeft gesteld.
Eiser heeft verzocht de behandeling van het onderhavige verzoek om vergoeding van de proceskosten aan te houden totdat de meervoudige kamer uitspraak heeft gedaan in een soortgelijke zaak. [4] De rechtbank heeft de behandeling van het onderhavige verzoek om vergoeding van de proceskosten hierop aangehouden.
Beoordeling
4. Er kan niet worden vastgesteld dat verweerder aan het beroep van eiser is tegemoetgekomen. Eiser heeft verweerder te vroeg in gebreke gesteld. [5] Dat betekent dat, als het beroep niet was ingetrokken, het beroep niet-ontvankelijk zou zijn verklaard. Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen.
5. De in de voetnoot genoemde uitspraak van 22 januari 2024, in welke zaak
mr. Voorbach als gemachtigde is opgetreden, is niet gepubliceerd en om die reden aan deze uitspraak gehecht. De onderhavige uitspraak zal worden gepubliceerd.
6. Er is niet tegemoetgekomen. Vergoeding van het griffierecht is dus niet aan de orde.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van
M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
13 juni 2024
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.
Coll: M.P.O.
D: B

Voetnoten

1.onder toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
2.onder toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Awb op grond van artikel 8:75a, derde lid, Awb
3.als bedoeld in artikel 4:17 Awb Pro
4.geregistreerd onder zaaknummer AMS 22/4353
5.ECLI:NL:GHSHE:2014:728 en de uitspraak van deze rechtbank van 22 januari 2024 in