ECLI:NL:RBAMS:2024:3223
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor urgentieverklaring bij noodopvang moeder met pasgeboren baby
Verzoekster heeft een aanvraag om een urgentieverklaring ingediend die door verweerder is afgewezen omdat het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden. Na bezwaar en beroep heeft de voorzieningenrechter eerder een motiveringsgebrek vastgesteld, maar geen voorlopige voorziening toegekend.
Tijdens de procedure is verweerder bereid gebleken verzoekster tijdelijke noodopvang aan te bieden. Verzoekster heeft dit aanbod afgewezen met als argumenten dat de aangeboden kamer niet geschikt zou zijn vanwege het ontbreken van eigen sanitaire voorzieningen, rookoverlast, geluidsoverlast en stofallergieën, mede gezien haar astma en de zorg voor haar pasgeboren baby.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster geen medische of financiële stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van haar stellingen. Omdat haar een dak boven het hoofd is aangeboden, is er geen sprake van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan op 6 juni 2024 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat onverwijlde spoed ontbreekt en een passend aanbod voor noodopvang is gedaan.