Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
de minister van Financiën
Procesverloop
Overwegingen
10 februari 2023 een huurwoning aan eiser en zijn gezin beschikbaar gesteld en biedt de gemeente brede ondersteuning aan het gezin.
1 juni 2021 opeisbaar is geworden. Subsidiair stelt eiser dat het krediet met toepassing van de hardheidsclausule moet worden overgenomen. Eiser heeft een problematische schuld. Verder heeft de voormalige staatssecretaris van Financiën in een persoonlijk gesprek met eiser gezegd dat sprake is van een schrijnende situatie.
Op grond van artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht kunnen schulden die niet zijn ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling, worden overgenomen. De schuld moet voldoen aan de volgende vereisten [4] :
Artikel 9.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht bepaalt dat van artikel 4.1 van de Wht kan worden afgeweken voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Voor toepassing van deze hardheidsclausule is vereist dat er bijzondere omstandigheden zijn die door de wetgever niet zijn voorzien en die tot een schrijnende situatie leiden. [6]
28 juli 2023 per e-mail van de gemachtigde van eiser heeft ontvangen, is gebleken dat eiser maandelijkse lasten heeft van in totaal € 1.540,50, waarbij als aanvullende lasten nog een bedrag van € 650,- wordt opgegeven voor levensonderhoud. Dit bedrag wordt maandelijks contant geleend bij familie en vrienden. Het totale maandelijks inkomen van eiser bedraagt
€ 2.627,-. [7] Dit betekent dat er maandelijks een bedrag van € 437,- overblijft om te besteden. [8] Volgens de minister is daarom sprake van voldoende financiële ruimte om aan de maandelijkse afbetalingsverplichting aan Defam van € 400,- te voldoen. Niet is gebleken dat eiser over onvoldoende financiële middelen beschikt om hieraan te voldoen, aldus de minister. Verder betrekt de minister bij de beoordeling dat het inkomen van eiser in de toekomst zou kunnen stijgen Volgens de minister is niet gebleken dat eiser niet in staat is om te werken of een andere opleiding te volgen om zijn arbeidskansen verder te vergroten of binnen een andere branche aan het werk te gaan. Niet aannemelijk is gemaakt dat het zicht op stijging van het inkomen is uitgesloten, zeker als het werkperspectief afgezet wordt tegen de zeer gunstige arbeidsmarkt, aldus de minister.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
N. Galjee-Melehi, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2024.