ECLI:NL:RBAMS:2024:274

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 januari 2024
Publicatiedatum
21 januari 2024
Zaaknummer
C/13/745343 / HA RK 24-19
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 518 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke vooringenomenheid in mega Holmen strafzaken

In deze zaak heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Amsterdam op 19 januari 2024 een verzoek tot verschoning van een strafrechter toegewezen. De rechter was eerder betrokken geweest bij strafzaken die onderdeel uitmaken van het mega Holmen onderzoek, waarbij ook het onderzoek Adonara een rol speelt. Deze eerdere betrokkenheid betrof vonnissen waarin de herkomst van witwasgeld werd besproken en bewijsmiddelen werden gebruikt die ook in de Holmen-zaken relevant zijn.

De rechter was lid van de rechtbankcombinatie die de Adonara-zaken behandelde en heeft daarin uitspraken gedaan die mogelijk de onpartijdigheid in de Holmen-zaken kunnen beïnvloeden. Bovendien zullen twee veroordeelde verdachten uit Adonara als getuigen a decharge worden gehoord in de Holmen-zaken, wat de vrees voor vooringenomenheid bij betrokkenen kan versterken.

De wrakingskamer heeft op basis van artikel 518 Sv Pro geoordeeld dat er sprake is van omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Daarom is het verzoek tot verschoning zonder mondelinge behandeling toegewezen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de strafrechter is toegewezen wegens gegronde vrees voor schending van de rechterlijke onpartijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/745343 HA RK 24/19 ingeschreven verzoek van:
mr. M. Smit, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht, team strafrecht van de rechtbank te Amsterdam zijn onder parketnummers 13-091041, 13-277506-22, 13-091399-22, 13-301732-21, 13-091313-22, 13-091339-22, 13-091347-22, 13-329112-21 en 13-09417-22 zaken aanhangig.

2.Het verzoek

2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter eerder bemoeienis heeft gehad met de zaak of met partijen. De genoemde strafzaken betreffen de mega Holmen. De rechter is oudste rechter lid van de rechtbankcombinatie die deze mega behandelt. Het onderzoek Adonara is onderdeel van het procesdossier Holmen. De verdenkingen zijn mede gebaseerd op de onderzoeksbevindingen uit het onderzoek Adonora. De rechtbank heeft op 5 januari 2022 vonnis gewezen in de strafzaken tegen twee (mede)verdachten in het onderzoek Adonara. De rechter heeft als jongste rechter deel uitgemaakt van die rechtbank combinatie. In die strafzaken waren (onder meer) aan de orde verdenkingen van witwassen van dezelfde bedragen. De rechtbank heeft zich in die vonnissen uitgelaten over de herkomst van het geld en heeft daarvoor bewijsmiddel(en) gebruikt die ook in het onderzoek Holmen (mede) bijdragen aan de verdenkingen in bovengenoemde zaken. Twee van de verdachten die in de zaak Adonara zijn veroordeeld zullen moeten worden gehoord als getuige a decharge in de zaak Holmen. Gelet op dit alles zou volgens de rechter bij bovengenoemde betrokkenen de gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid kunnen bestaan.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel in artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd is de Wrakingskamer van oordeel dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
4. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadslieden van verdachten;
de rechter; en
de officier van justitie.
Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mr. P.B. Martens en K.A. Brunner, leden, op 19 januari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.