Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 maart 2023 in de zaak tussen
Felyx Sharing Holding B.V., uit Amsterdam, verzoekster
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
tot de nieuwe vergunninguitgifte is afgerond”. [2]
Rechtbank Amsterdam
Felyx Sharing Holding B.V. heeft een vergunning aangevraagd voor het aanbieden van 600 deelscooters in Amsterdam, maar deze aanvraag is door het college van burgemeester en wethouders afgewezen ten gunste van twee andere aanbieders. Felyx maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om haar deelscooters te mogen blijven aanbieden tot de bezwaarprocedure is afgerond.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang en materiële connexiteit, waardoor het verzoek ontvankelijk is. Echter, vanwege de complexiteit van de zaak en het lopende bezwaarproces wordt geen inhoudelijk oordeel gegeven over de rechtmatigheid van het besluit. De rechter beperkt zich tot een belangenafweging.
Uit de belangenafweging volgt dat Felyx uit de ontheffing niet mocht afleiden dat zij na 1 april 2024 deelscooters mocht blijven aanbieden. De tijdelijke aard van vergunningen en de voorspelbaarheid hiervan wegen mee. Hoewel het stoppen met deelscooters voor Felyx nadelige financiële gevolgen heeft, zijn deze onvoldoende onderbouwd om de voorlopige voorziening toe te kennen. Het belang van de gemeente en de andere vergunninghouders om het beleid uit te voeren en rechtszekerheid te bieden weegt zwaarder.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor Felyx per 1 april 2024 moet stoppen met het aanbieden van deelscooters in Amsterdam.