ECLI:NL:CRVB:2017:1259
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening maatschappelijke opvang afgewezen wegens ontbreken formele en materiële connexiteit
Verzoeker, sinds 2013 dakloos, vroeg het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een passende maatwerkvoorziening in de vorm van 24-uursopvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Na aanvankelijke afwijzing werd hij per 3 mei 2016 toegelaten tot tijdelijke opvang aan een adres in Amsterdam. Het college verklaarde het bezwaar tegen de afwijzing gegrond en kende een tijdelijke maatwerkvoorziening toe, gekoppeld aan een nog uit te voeren onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening voor een definitieve maatwerkvoorziening, zoals een Uitstroom Maatschappelijke Opvang-woning. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college het noodzakelijke onderzoek volgens artikel 2.3.2 Wmo nog niet had uitgevoerd en dat er geen definitief besluit over een maatwerkvoorziening was genomen.
Daarmee ontbrak het verzoek om voorlopige voorziening aan de vereiste formele en materiële connexiteit, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. De voorzieningenrechter benadrukte dat het college het onderzoek moet uitvoeren en dat verzoeker daarna een aanvraag kan indienen, waarna rechtsmiddelen beschikbaar zijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van formele en materiële connexiteit.