Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Amsterdam, eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Amsterdam
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK) vanwege een loopbeperking die hem volgens eigen zeggen beperkt tot maximaal 100 meter lopen door pijn in rug en benen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft deze aanvraag afgewezen, waarna ook het bezwaar werd verworpen.
De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze afwijzing en toetst of het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het medisch advies van de GGD, dat onderdeel uitmaakte van het zorgvuldige onderzoek van het college, concludeert dat eiser weliswaar een loopbeperking heeft, maar in redelijkheid zelfstandig meer dan 100 meter kan lopen.
De rechtbank stelt vast dat het GGD-advies voldoende objectief en inzichtelijk is en dat er geen redenen zijn om aan de juistheid ervan te twijfelen. Het feit dat eiser aanvullend openbaar vervoer (AOV) heeft toegekend gekregen, verandert hier niets aan omdat de voorwaarden voor AOV verschillen van die voor een GPK.
Daarom oordeelt de rechtbank dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart wordt ongegrond verklaard.