ECLI:NL:RBAMS:2023:8740

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 mei 2023
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
C/13/733670 / HA RK 23-156
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 517 SvArt. 518 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens kennisschapsvermoeden

In deze strafzaak bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning van de rechter ingediend. De rechter die de zaak zou behandelen, heeft aangegeven zich niet vrij te voelen om onbevooroordeeld te oordelen vanwege een persoonlijke relatie met de vader van de verdachte, die haar voormalige buurman is.

De rechtbank beoordeelde het verzoek op basis van de artikelen 512, 517 en 518 van het Wetboek van Strafvordering. Hierbij werd vastgesteld dat een verschoningsverzoek niet per se een mondelinge behandeling behoeft. Het doel van verschoning is het waarborgen van de rechterlijke onpartijdigheid en het vertrouwen daarin.

De rechtbank concludeerde dat er een geobjectiveerde vrees bestaat dat de rechter niet onpartijdig kan zijn. Daarom werd het verzoek toegewezen en bepaald dat de zaak door een andere rechter zal worden voortgezet. Deze beslissing is onherroepelijk en wordt aan alle betrokken partijen toegezonden.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege kennisschapsvermoeden, zaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/733670 / HA RK 23-156 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. M. van Mourik, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 96/005688-23 een strafzaak aanhangig die ter behandeling is toegewezen aan de rechter.

2.Het verzoek

2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter zich niet vrij voelt om onbevooroordeeld deze strafzaak te behandelen.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in de artikelen 517 en 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat zij de vader van de verdachte kent omdat hij haar vroegere buurman is.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 96/005688-23 wordt voortgezet voor een andere rechter;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadsman van verdachte;
de rechter,
de officier van justitie.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 16 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.