Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Apple Inc.,
Rechtbank Amsterdam
In deze rolbeslissing van 20 december 2023 behandelt de rechtbank Amsterdam procedurele verzoeken in een WAMCA-procedure over vermeende mededingingsinbreuk bij een online verkoopplatform. RCJ verzocht om tussentijds hoger beroep tegen het oordeel dat de rechtbank geen rechtsmacht heeft ten aanzien van vorderingen van ontwikkelaars. ASC verzocht om voortzetting van de procedure ondanks de schorsing vanwege prejudiciële vragen bij het HvJEU.
De rechtbank overweegt dat de rechtsmacht ten aanzien van de ontwikkelaars nog niet definitief is vastgesteld in het dictum en dat het openstellen van tussentijds hoger beroep het risico van gefragmenteerde behandeling in hoger beroep vergroot. Bovendien is de procedure sowieso geschorst zolang de prejudiciële vragen over rechtsmacht ten aanzien van gebruikers bij het HvJEU liggen. Daarom wordt het verzoek tot tussentijds hoger beroep afgewezen.
Het verzoek van ASC om de procedure voort te zetten wordt eveneens afgewezen. De rechtbank stelt dat de procedure geschorst moet blijven zolang de prejudiciële vragen over artikel 7 lid 2 Brussel Pro I bis niet zijn beantwoord, omdat dit van invloed is op de rechtsmacht en daarmee op de verdere procedure. De rechtbank wijst beide verzoeken af en zal de eindbeslissing over de rechtsmacht nemen na beantwoording van de prejudiciële vragen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken tot tussentijds hoger beroep en voortzetting van de procedure af en schorst de procedure in afwachting van het HvJEU-arrest.