Verzoeker heeft op 26 april 2023 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vergroten van woningen in Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze aanvraag op 3 juli 2023 buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens.
Verzoeker stelt dat de buiten-behandelingstelling onterecht is en dat sprake is van een vergunning van rechtswege, omdat de aanvraag binnen het bestemmingsplan past en de beslistermijn mogelijk is verstreken. Hij verzoekt de voorzieningenrechter om het besluit te vernietigen en het college te gelasten vóór 1 januari 2024 een beslissing te nemen, onder dreiging van een dwangsom.
De voorzieningenrechter overweegt dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 de vergunning van rechtswege zal vervallen, behalve voor aanvragen waarvan de beslistermijn in 2023 is verstreken. Omdat niet is gebleken dat de beslistermijn is verstreken en het spoedeisend belang ontbreekt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Tevens wordt benadrukt dat het aan verzoeker is om het college in gebreke te stellen bij niet tijdig beslissen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.