ECLI:NL:RBAMS:2023:814
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en misbruik van recht
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters belast met zijn strafzaken, stellende dat er sprake zou zijn van vooringenomenheid en een persoonlijk belang van de voorzitter. De rechtbank nam kennis van het verzoek en de processtukken, waarna de rechters niet in de wraking berustten.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 512 en Pro 513 Sv en concludeerde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was. De gronden voor wraking werden onvoldoende onderbouwd; er waren geen feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechters aantasten. Tevens was het verzoek het tweede ongegronde wrakingsverzoek van verzoeker, wat leidde tot de conclusie van misbruik van recht.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken tegen deze rechters niet in behandeling worden genomen. Er werd geen mondelinge behandeling gehouden en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen als kennelijk niet-ontvankelijk en verdere verzoeken worden niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.