ECLI:NL:RBAMS:2023:7904
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging AOW-pensioen wegens detentie in Duitsland gegrond verklaard
Eiser ontvangt sinds 2013 een AOW-pensioen maar is sinds 16 november 2021 in voorarrest in Duitsland. Verweerder beëindigde daarom het AOW-pensioen per 1 januari 2022 en vorderde het te veel betaalde bedrag terug. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten, maar deed dit te laat. De rechtbank achtte de termijnoverschrijding verschoonbaar vanwege detentie en ziekenhuisopname.
Inhoudelijk stelde eiser dat hij niet gedetineerd was maar in voorlopige hechtenis en dat artikel 8b AOW niet op hem van toepassing is. De rechtbank oordeelde dat ook voorlopige hechtenis onder het begrip 'rechtens zijn vrijheid ontnomen' valt, waardoor het recht op AOW vervalt. Het feit dat de detentie in Duitsland plaatsvindt en dat nog geen veroordeling is uitgesproken doet hieraan niet af.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vordering af. Tevens werd geen vergoeding van het griffierecht toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter F.P. Lauwaars op 7 december 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van zijn AOW-pensioen wegens detentie in Duitsland blijft van kracht.