Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
[persoon 2]vordert
€ 201,20aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (23 september 2023).
[persoon 6]vordert € 2.187,50 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering dateert van 21 juli 2023 en ziet op de schade die de benadeelde partij heeft geleden als gevolg van de diefstal van zijn elektrische fiets (zaak C onder 2). Het gevorderde bedrag is de aankoopprijs van de fiets op 4 januari 2023. Uit het dossier blijkt dat de onder verdachte inbeslaggenomen fiets op 24 juli 2023 aan de benadeelde partij is geretourneerd. De grondslag van de vordering van de benadeelde partij is daarmee komen te vervallen. De rechtbank zal de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
2 (twee) jaren.
teruggave aan verdachtevan:
[persoon 2]toe tot een bedrag van
[persoon 6]niet-ontvankelijk in zijn vordering.