Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
[eiser 5],
[eiser 6],
[eiser 8],
[eiser 9],
[eiser 10], allen te Amsterdam, eisers
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
[belanghebbende], te Amsterdam, vergunninghouder
Procesverloop
Overwegingen
tevenseen parkeergarage is toegestaan naast de andere functies van ‘Gemengd-1’. Volgens het college duidt het woord ‘tevens’ erop dat de gronden met de bestemming ‘Gemengd-1’ op deze locatie ook kunnen worden gebruikt voor andere op grond van planregel 4.1 toegestane functies, waaronder het gebruik als kantoor op de eerste bouwlaag, in de kelder en/of in het souterrain (planregel 4.1, aanhef en onder c). [6] De rechtbank is het met deze uitleg van planregel 4.1 eens en volgt eisers dan ook niet in hun stelling dat gebruik als kantoor uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding ‘kantoor’ (planregel 4.1, aanhef en onder i). De aanwezigheid van het woord ‘tevens’ in deze bepaling kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden uitgelegd dan dat de planwetgever heeft bedoeld om de andere functies van de bestemming ‘Gemengd-1’ niet uit te sluiten. Volgens het bestemmingsplan zijn in het pand (voor zover gelegen op het binnenterrein van het bouwblok en met de bestemming ‘Gemengd-1’) een kantoor en creatieve functies dus toegestaan. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het college tot het betalen van een schadevergoeding aan eisers van elk € 200,-, tot een bedrag van in totaal € 1.600,-;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.674,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2023.