Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 mei 2022;
- de akte na tussenvonnis van [eiser] ;
- de akte uitlaten productie van Dexia.
2.De verdere beoordeling in conventie en reconventie
“(…) ik dacht dat ik kon gaan sparen op een goede manier, het leek heel mooi, voor de oude dag, we hebben het er wel eens over gehad, (…)”. Uit deze passage lijkt te volgen dat de overeenkomst toch tussen [eiser] en [naam ] is besproken, terwijl hij in zijn stukken stelt dat dit niet het geval is geweest. Ook deze onduidelijkheid op een essentieel punt brengt mee dat het verweer van [eiser] tegen het beroep van Dexia op verjaring van het beroep op vernietiging van de overeenkomst onvoldoende is (onderbouwd). De kantonrechter gaat daarom aan het verweer van [eiser] voorbij. Aan verdere bewijslevering wordt daarom evenmin toegekomen.