ECLI:NL:RBAMS:2023:7313

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 november 2023
Publicatiedatum
20 november 2023
Zaaknummer
23/2801
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Ziektewetuitkering door UWV en beoordeling van medische klachten

In deze uitspraak van de Rechtbank Amsterdam op 16 november 2023, wordt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een Ziektewetuitkering (ZW-uitkering) beoordeeld. Eiser, werkzaam als software engineer, had zich op 22 november 2022 ziek gemeld vanwege gezondheidsklachten, waaronder fysieke en psychische klachten. Het UWV had zijn aanvraag afgewezen met het argument dat hij per 15 februari 2023 weer arbeidsgeschikt was. Eiser ontving van 23 november 2022 tot 15 februari 2023 een ZW-uitkering, maar na de afwijzing van zijn aanvraag heeft hij geen uitkering meer ontvangen.

De rechtbank oordeelt dat de klachten van eiser niet medisch objectief zijn vastgesteld en dat er geen diagnose is gesteld die zijn klachten kan onderbouwen. Eiser heeft aangevoerd dat zijn klachten niet worden erkend en dat hij last heeft van geluidsoverlast van zijn buurman, wat zijn nachtrust beïnvloedt. De rechtbank stelt vast dat het UWV zijn besluiten mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, mits deze zorgvuldig zijn opgesteld en geen tegenstrijdigheden bevatten. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser geen recht heeft op een ZW-uitkering, omdat zijn klachten niet voldoen aan de vereisten van de Ziektewet.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht. Eiser kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 23/2801

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit Amsterdam, eiser

en
De raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (het UWV)
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een Ziektewetuitkering (ZW-uitkering).
1.1.
Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 14 februari 2023 (het primaire besluit) afgewezen. Daarmee heeft het UWV besloten dat eiser per 15 februari 2023 weer arbeidsgeschikt is voor zijn eigen werk; daarom krijgt eiser geen ZW-uitkering.
1.2.
Met het bestreden besluit van 19 april 2023 heeft het UWV het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
1.3.
Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 25 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het UWV via een videoverbinding.

Beoordeling door de rechtbank

Wat aan deze procedure voorafging
2. Eiser heeft gewerkt als software engineer voor gemiddeld 40 uur per week. Op
22 november 2022 heeft eiser zich ziek gemeld wegens gezondheidsklachten
.Deze klachten bestonden uit fysieke en psychische klachten, zoals darmklachten en pijnlijke/opgezwollen voeten (oedeem). Daarnaast ervaart eiser ’s nachts geluidsoverlast van zijn buurman. Ook had eiser fysieke klachten tijdens het uitoefenen van zijn werk zoals lang zitten, beeldschermwerk doen, snel-geordend en geconcentreerd werken en omgaan met drukte.
3. Na zijn ziekmelding ontving eiser van 23 november 2022 tot en met
15 februari 2023, bij wijze van voorschot, een ZW-uitkering, direct nadat zijn uitkering op grond van de Werkloosheidswet afliep.
4. Met het primaire besluit heeft het UWV gesteld dat eiser weer arbeidsgeschikt is per 15 februari 2023. Vanaf die datum ontvangt eiser geen ZW-uitkering meer. Hieraan heeft het UWV een rapport van een verzekeringsarts van 9 februari 2023 ten grondslag gelegd.
5. Met het bestreden besluit heeft het UWV de afwijzing van de aanvraag in stand gelaten. Hieraan heeft het UWV een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 14 april 2023 ten grondslag gelegd, waarin is geoordeeld dat er geen medische argumenten zijn om af te wijken van het eerdere medische oordeel uit het rapport van 9 februari 2023.
Standpunt van eiser
6. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij recht heeft op een ZW-uitkering. Hij voert daartoe aan dat hij het gevoel heeft dat zijn klachten niet worden erkend, terwijl hij deze wel ervaart. Daarnaast zorgt een buurman – die handelt in en gebruikmaakt van GHB – tot diep in de nacht voor geluidsoverlast. Eiser ligt dus ’s nachts veel wakker. Verder maakt eiser zich zorgen over zijn oedeem. Hij is bang dat die zal verergeren met warm weer. Tot slot voert eiser aan dat hij last heeft van darmklachten, wat leidt tot extra vertraging in de ochtend wanneer hij naar het toilet gaat.
Juridisch kader
7. Op grond van artikel 19 van de Ziektewet heeft de verzekerde – kort gezegd – recht op ziekengeld bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek.
8. Daarnaast is het op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (Raad) zo dat onder ‘zijn arbeid’ wordt verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding verrichte arbeid. [1] Voor eiser geldt dat zijn laatstelijk verrichte arbeid voor ziekmelding de functie van software engineer was.
Het oordeel van de rechtbank
9. Kern van het geschil is of het UWV terecht heeft bepaald dat eiser op
15 februari 2023 weer arbeidsgeschikt is en dus geen recht heeft op een ZW-uitkering.
10. Het UWV mag zijn besluiten in principe baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: 1. zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, 2. ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en 3. de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat de rapporten die over hem zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen.
11. De rechtbank gaat hieronder in op de vraag of de opgestelde rapportages voldoen aan de hierboven genoemde voorwaarden.
Zorgvuldigheid
12. Eiser voert aan dat hij het gevoel heeft dat zijn klachten niet worden erkend, terwijl hij deze wel ervaart. Het UWV stelt zich op het standpunt dat dit door eiser niet wordt onderbouwd met medische gegevens.
13. Uit de wet volgt dat het gevoel dat klachten niet worden erkend op zichzelf onvoldoende is om recht te hebben op een ZW-uitkering. Daarvoor is vereist dat die klachten een rechtstreeks en objectief medisch gevolg zijn van een ziekte of een gebrek.
14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV terecht gesteld dat eiser geen recht heeft op een ZW-uitkering op basis van het gevoel dat zijn klachten niet worden erkend. Uit de rapporten blijkt niet dat de klachten die daarin staan, kunnen leiden tot een ZW-uitkering.
15. Verder is de rechtbank van oordeel dat het medisch onderzoek – en de totstandkoming van bijbehorende rapporten – zorgvuldig geweest is. Eiser is door de primaire verzekeringsarts uitgenodigd voor een spreekuur op 8 februari 2023, zoals te lezen is in het rapport van 9 februari 2023. Verder heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep een dossierstudie verricht en een door eiser ingevulde vragenlijst bestudeerd en vergeleken met de al aanwezige gegevens. Ook in het herbeoordelingsonderzoek is eiser uitgenodigd voor een spreekuur op 14 april 2023, waarvan verslag is gedaan in het medisch rapport van dezelfde datum.
Psychische klachten
16. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 14 april 2023 blijkt dat eiser geen behandeling heeft gehad voor zijn psychische klachten. Ook zijn er geen aanwijzingen voor ernstige psychopathologie gevonden tijdens het spreekuur. Dit wordt verder onderbouwd met de stelling dat eiser niet voldoet aan de criteria van geen benutbare mogelijkheden, want er zijn geen aanwijzingen voor dat eiser psychisch niet-zelfredzaam is. De klachten zijn niet veranderd ten opzichte van toen eiser nog werkte en hij de maatgevende arbeid tot het einde van zijn contract heeft uitgeoefend.
17. Het is voorstelbaar frustrerend dat eiser ’s nachts wakker ligt door de geluidsoverlast van zijn buurman in combinatie met de angst dat de pijn in zijn opgezwollen voeten verergert. De vraag die voorligt, is echter of eisers klachten een rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg zijn van ziekte. Nu er geen diagnose is gesteld en eiser ook niet onder behandeling staat van een arts, is de rechtbank van oordeel dat bovengenoemde klachten van eiser niet kunnen leiden tot een ZW-uitkering.
Fysieke klachten
18. De darmklachten die eiser ervaart, zijn volgens het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep door de huisarts erkend. Deze klachten kunnen echter niet behandeld worden. Ook volgt uit het rapport dat wordt erkend dat eiser pijnlijke voeten heeft, maar hiervoor is geen diagnose gesteld. Eiser verricht al zijn dagelijkse en huishoudelijke taken zelf en sport iedere dag. Hoewel hij pijnlijke voeten claimt, komen in de maatgevende arbeid geen belastende houdingen en/of activiteiten voor. Ook zijn volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen verdere cognitieve beperkingen naar voren gekomen tijdens het onderzoek.
19. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat er op zitting hierover door het UWV nog is gesteld dat het voor eiser zou kunnen helpen als hij met de fysieke klachten teruggaat naar de huisarts of eventueel een MDL-arts (maag-darm-leverarts), zodat eiser een diagnose krijgt voor zijn klachten. Wanneer een diagnose gesteld wordt, kan er volgens het UWV een herbeoordeling plaatsvinden van eisers aanvraag voor een ZW-uitkering.
20. Nu er geen diagnose of behandeling is voor de darmklachten van eiser, hij ook geen medische informatie aanvoert die de rapporten van de verzekeringsarts weerlegt en er – volgens de rapporten van de verzekeringsarts – in het werk geen belastende houdingen en/of activiteiten voorkomen, is de rechtbank van oordeel dat zijn darmklachten niet kunnen leiden tot de toekenning van een ZW-uitkering.

Conclusie

21. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren.
22. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.N. Stam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 november 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.Vergelijk in dit verband de uitspraak van de Raad van 19 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2899.