De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 november 2023 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Denemarken op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank Nykøbing Falster. De opgeëiste persoon, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van een strafbaar feit dat in Denemarken is gepleegd en valt onder de lijst van bijlage 1 van de Overleveringswet, namelijk illegale handel in verdovende middelen.
De rechtbank stelde vast dat het EAB aan alle formele eisen voldoet en dat het strafbare feit een lijstfeit betreft waarvoor geen onderzoek naar dubbele strafbaarheid vereist is. De verdediging vroeg om een onderzoek naar de detentieomstandigheden in Denemarken, maar de rechtbank oordeelde dat het vertrouwensbeginsel in het Europese overleveringssysteem geldt en dat er geen objectieve, betrouwbare gegevens zijn die wijzen op een reëel gevaar voor schending van grondrechten na overlevering.
De rechtbank concludeerde dat er geen weigeringsgronden zijn en dat de overlevering toegestaan moet worden. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken.