De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Kleve in Duitsland. De verdachte wordt verdacht van medeplichtigheid aan de niet-legale verkoop van apparatuur en advies bij de aanleg van professionele cannabisplantages. De verdenking betreft een periode van februari tot mei 2023 en is voldoende concreet omschreven.
De verdediging voerde aan dat de verdenking onvoldoende specifiek was en dat de verdachte niet altijd aanwezig was bij de vermeende feiten. De rechtbank oordeelde echter dat de rol van de verdachte als directeur en medeplichtige voldoende is toegelicht en dat lijfelijke aanwezigheid niet vereist is. Tevens werd het onschuldverweer verworpen omdat dit niet tijdens het verhoor ter zitting was aangetoond.
De rechtbank stelde vast dat de strafbare feiten op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staan, waardoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht. Daarnaast werd een terugkeergarantie gegeven dat de verdachte na veroordeling in Duitsland zijn straf in Nederland kan ondergaan, wat de overlevering rechtvaardigt.
Een verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie vanwege de aanstaande bevalling van de partner van de verdachte werd afgewezen, omdat de wet hiervoor geen grond biedt. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees op de mogelijkheid om bij de Duitse autoriteiten een schorsingsverzoek in te dienen na overlevering.