ECLI:NL:RBAMS:2023:6717

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 september 2023
Publicatiedatum
25 oktober 2023
Zaaknummer
C/13/738679 / HA RK 23-276
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid buiten behandeling gesteld

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M. Greebe, bestuursrechter te Amsterdam, naar aanleiding van de aanwezigheid van drie beveiligers tijdens een zitting. Verzoeker stelde dat deze beveiligers een bedreiging vormden en dat de rechter bevooroordeeld was, omdat zij niet op zijn vragen wilde antwoorden.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene Wet Bestuursrecht en het arrest van de Hoge Raad van 16 maart 2021. Uit het proces-verbaal bleek dat verzoeker boos was over de aanwezigheid van beveiligers, welke volgens de rechter noodzakelijk waren vanwege eerdere boosheid van verzoeker.

De kamer oordeelde dat er geen concrete feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar brachten. De enkele stelling van vooringenomenheid was onvoldoende. Het verzoek werd daarom buiten behandeling gesteld en verdere wrakingsverzoeken van verzoeker worden niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.

De zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens gebrek aan concrete feiten die vooringenomenheid aantonen en misbruik van recht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 30 augustus 2023 gedane en onder rekestnummer C/13/738679/ HA RK 23/276 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. M. Greebe, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.De procedure

1.1.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de zitting van de zitting van 30 augustus 2023 in de zaak met nummer AMS 23/1421, waarin is opgenomen dat verzoeker de rechter wraakt.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.

2.De feiten en het verzoek

Uit het proces-verbaal blijkt het volgende. Bij binnenkomst wijst verzoeker op drie beveiligers die aanwezig zijn in de zittingszaal. Na een opmerking hierover van verzoeker heeft de rechter gezegd dat er beveiliging is omdat verzoeker de vorige keer op de rechtbank erg boos was. Verzoeker heeft toen gezegd:

Wat is boos? Ik ben nu ook boos. Moeten er drie beveiligers komen?
De rechter heeft hierop geantwoord dat dit voor haar de reden is geweest.
Verzoeker heeft toen gezegd: “
U doet iets absurds. U heeft gehoord dat ik boos ben. Drie wachters is een enorme maatregel. Dat is extreem. Wat bedoelt u met boos?
De rechter heeft toen gezegd dat zij niet weer antwoord gaat geven, waarna verzoeker de rechter heeft gewraakt. Na de vraag waarom heeft verzoeker geantwoord:

Omdat u bevooroordeeld bent. U geeft geen antwoord op mijn vraag. Ik vind drie wachters een bedreiging. Ik vind het bedreigend. U beschuldigt mij valselijk op een bevooroordeelde manier waarop ik mij niet kan verweren.
3. De beoordeling
3.1.
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene Wet Bestuursrecht kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. Daarnaast geldt dat ook de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid grond kan zijn voor wraking.
3.3.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 16 maart 2021(ECLI:NL:HR:2021:370) volgt dat een wrakingsverzoek buiten behandeling kan worden gesteld als het verzoek redelijkerwijs niet als wrakingsverzoek kan worden aangemerkt. In het proces-verbaal zijn geen concrete feiten vermeld waaruit de vooringenomenheid van de rechter (of de gerechtvaardigde vrees daarvoor) kan worden afgeleid. De enkele stelling dat de rechter bevooroordeeld is, is onvoldoende. Een wrakingsgrond moet gelegen zijn in feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. Dat is hier niet het geval nu het verzoeker hier alleen ging om de aanwezigheid van drie beveiligers. Het verzoek zal daarom buiten behandeling worden gesteld. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan achterwege blijven.
3.5.
Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder redelijke grond heeft ingezet, is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking van de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet in behandeling worden genomen.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling,
 bepaalt dat de zaak met nummer AMS 23/1421 wordt voortgezet in de stand waarin de zaak zich bevond op het moment van wraking,
 bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet in behandeling zal worden genomen.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en
A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.