Eiser, een gescheiden vader zonder eigen woning sinds 2018, vroeg op 24 november 2021 bij de gemeente Amstelveen een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning aan. Hij wilde een woning om zijn kinderen, die bij hun moeder wonen, te kunnen ontvangen. De gemeente wees de aanvraag af op grond van een algemene weigeringsgrond, omdat eiser zijn huisvestingsprobleem zelf kan oplossen met tijdelijke woonvormen of verhuizen naar een krimpgebied.
Eiser startte een procedure bij de rechtbank Amsterdam en voerde aan dat hij recht heeft op de urgentieverklaring vanwege gedeeld gezag en ondersteunende brieven van onder meer Veilig Thuis en de huisarts. De rechtbank erkent de situatie van eiser, maar wijst erop dat vanwege de woningcrisis de regels streng zijn en urgentieverklaringen alleen in uitzonderlijke gevallen worden toegekend.
De rechtbank oordeelt dat de algemene weigeringsgrond terecht is toegepast, omdat de kinderen bij de moeder wonen en er geen sprake is van dreigende dakloosheid met kinderen. Ook de hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat er geen schrijnende omstandigheden zijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af.