Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.De vorderingen van de benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
10 maanden.
4 (vier) maanden, van deze jeugddetentie niet zal
2 (twee) jarenvast.
de benadeelde partij [aangever]toe tot een bedrag van
€ 34.684,17(
vierendertigduizend zeshonderd vierentachtig euro en zeventien cent)bestaande uit € 32.684,17 aan vergoeding van materiële schade en € 2.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 augustus 2022) tot aan de dag van voldoening.
€ 34.684,17(
vierendertigduizend zeshonderd vierentachtig euro en zeventien cent)aan vergoeding van materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 augustus 2022) tot aan de dag van voldoening. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 60 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
de benadeelde partij [aangeefster]toe tot een bedrag van
€ 2989,27 (tweeduizend negenhonderd negenentachtig euro en zevenentwintig cent)bestaande uit € 989,27 aan vergoeding van materiële schade en € 2.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 augustus 2022) tot aan de dag van voldoening.
€ 2989,27 (tweeduizend negenhonderd negenentachtig euro en zevenentwintig cent)aan vergoeding van materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 augustus 2022) tot aan de dag van voldoening. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.