Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
29 augustus 2023 is. Deze bedraagt volgens dat bericht € 11.720,73 (de maanden maart, april en mei 2023).
2.De feiten
:
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis van 14 juni 2023, waarbij eiser werd veroordeeld tot ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van een huurachterstand aan N.V. Zeedijk. Het verzet is tijdig ingesteld, ondanks dat de verzetdagvaarding niet binnen vier weken betekend was, omdat de verzet-kortgedingprocedure binnen die termijn aanhangig werd gemaakt.
Feitelijk staat centraal dat eiser de huur van de bedrijfsruimte niet tijdig betaalt en het gehuurde niet conform de huurovereenkomst exploiteert. Daarnaast heeft eiser zonder toestemming wijzigingen aangebracht, waaronder een luchtafvoerinstallatie, en wijkt hij af van de overeengekomen horecaconceptformule. Zeedijk stelt dat deze tekortkomingen en de huurachterstand van drie maanden voldoende grond vormen voor ontbinding van de huurovereenkomst.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van Zeedijk voldoende is en dat van haar niet kan worden gevergd de bodemprocedure af te wachten. De huurachterstand van €11.720,73 per 29 augustus 2023 is voldoende reden voor ontbinding. Ook het ongeoorloofd gebruik en de wijzigingen in het pand zijn zwaarwegend. Het verzet wordt inhoudelijk afgewezen, het verstekvonnis vernietigd en het vonnis opnieuw uitgesproken met aangepaste ontruimingstermijn en huurachterstandbedrag.
Eiser wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van de huurachterstand met wettelijke rente, en in de proceskosten van zowel de verstek- als de verzetprocedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzet wordt afgewezen, eiser wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van €11.720,73 huurachterstand met rente.