Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[naam],
Rechtbank Amsterdam
De bewindvoerder van een meerderjarige onder bewind gestelde persoon vordert in kort geding de waardeloosverklaring van een hypotheekinschrijving op een appartementsrecht, omdat de lening waarop de hypotheek rustte reeds is afgelost. De levering van de woning kon niet doorgaan vanwege het bestaande hypotheekrecht dat volgens de bewindvoerder ten onrechte niet is doorgehaald.
De rechtbank stelt vast dat de hypotheeklening vermoedelijk al geruime tijd geleden is afgelost, mede op basis van aangiften inkomstenbelasting waar geen rentebetalingen zijn vermeld, en een e-mail van de administratie van de ontbonden vennootschap GE Artesia BV die bevestigt dat geen hypotheekgegevens bekend zijn. Daarnaast is de hypotheek mogelijk verjaard.
Omdat GE Artesia BV per 31 mei 2023 is uitgeschreven uit het handelsregister en niet meer bestaat, kan zij niet als partij in de procedure optreden. De rechtbank verklaart de vorderingen tegen deze vennootschap niet-ontvankelijk. De bewindvoerder wordt echter wel als onmiddellijk belanghebbende erkend en de hypothecaire inschrijving wordt waardeloos verklaard, met een vonnis dat dezelfde kracht heeft als een authentieke akte voor doorhaling.
De rechtbank bepaalt dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is en dat de bewindvoerder haar eigen proceskosten draagt. Omdat de bewindvoerder afziet van hoger beroep, gaat het vonnis per direct in kracht van gewijsde.
Uitkomst: De hypothecaire inschrijving wordt waardeloos verklaard en de vorderingen tegen de ontbonden vennootschap GE Artesia BV worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.