Eiseres beëindigde in februari 2016 haar relatie en vertrok met haar zoon uit de gezamenlijke woning, waarbij zij afstand deed van eigendommen. Tijdens de relatie ontstonden schulden op haar betaalrekening bij ING, mede door het gebruik van haar bankpas door haar toenmalige partner met gokverslaving. Na diverse waarschuwingen en het beëindigen van de roodstandlimiet startte zij een schuldsaneringstraject dat succesvol werd afgerond in 2020.
In 2022 kocht eiseres samen met haar huidige partner een woning en vroeg zij financiering aan. De BKR-registratie met bijzonderheidscoderingen door ING vormde een belemmering voor de hypotheekverstrekking. ING weigerde de registratie te verwijderen na bezwaar. Eiseres startte daarop een kort geding om verwijdering van de registratie af te dwingen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres een spoedeisend belang had bij verwijdering vanwege de woningfinanciering en dat haar situatie wezenlijk verschilde van eerdere vergelijkbare zaken. De rechtbank nam haar nijpende woonsituatie, het feit dat de schulden niet door haar eigen handelen maar door haar ex-partner waren veroorzaakt, en het succesvolle schuldsaneringstraject mee in de belangenafweging. Gezien de actuele omstandigheden woog het belang van eiseres zwaarder dan het doel van de kredietregistratie. ING werd veroordeeld om de registratie binnen drie werkdagen te verwijderen en in de proceskosten te voorzien.