De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 augustus 2023 het verzoek tot overlevering van een verdachte met de Bosnische nationaliteit aan Denemarken op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Sønderborg. Het EAB betrof een verdenking van het invoeren van drie kilogram cocaïne op 28 mei 2022.
De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende feitelijke details bevatte, waardoor de genoegzaamheid van het bevel niet was gegeven. De officier van justitie stelde dat het EAB wel voldeed aan de wettelijke eisen, met een duidelijke omschrijving van het strafbare feit, datum en rol van de verdachte. De rechtbank oordeelde dat het EAB aan de vereisten voldeed en wees het verweer van de verdediging af.
De verdachte ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen tijdens de zitting, waardoor het onschuldverweer verworpen werd. Omdat het strafbare feit op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staat en een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaar kent, was een onderzoek naar dubbele strafbaarheid niet nodig.
De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig waren en stond de overlevering toe. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters en is onherroepelijk volgens de Overleveringswet.