AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep ongegrond tegen buitenbehandelingstelling aanvragen exploitatievergunning passagiersvaart Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 maart 2023 uitspraak gedaan in een zaak waarin een aantal reders beroep instelden tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om hun aanvragen voor exploitatievergunningen passagiersvaart buiten behandeling te stellen. De aanvragen betroffen de tranche van vergunningen die vanaf 2024 worden uitgegeven onder een vergunningenplafond vanwege drukte in de Amsterdamse binnenstad.
De rechtbank oordeelde dat de Regeling op het binnenwater 2020, waarin de voorwaarden en procedure voor de vergunningen zijn vastgelegd, verbindend is en dat de gemeente een transparante en redelijke aanvraagprocedure heeft opgezet. Aanvragers werden vooraf geïnformeerd over de benodigde documenten en kregen een hersteltermijn van twee weken om ontbrekende stukken aan te vullen. De gevraagde tekeningen van beide zijaanzichten van de vaartuigen waren noodzakelijk voor een correcte welstandstoets.
Eiseres had niet tijdig de gevraagde tekeningen overgelegd, waardoor haar aanvragen terecht buiten behandeling zijn gesteld. De rechtbank verwierp het verweer dat de tekeningen niet noodzakelijk waren of dat er sprake was van ongelijke behandeling ten opzichte van andere documenten zoals Bibob-stukken. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvragen exploitatievergunning passagiersvaart is ongegrond verklaard.
Voetnoten
1.De gemeenteraad van de gemeente Amsterdam.
2.Over de vraag of deze omzettingen in strijd zijn met het geschreven en ongeschreven recht, heeft de rechtbank zich uitgelaten in de uitspraak van 22 februari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:563. 3.Deze Regeling is op 19 mei 2020 nog aangepast, waardoor de aanvraagperiode voor een vergunning is verschoven van juni 2020 naar september 2020.
4.Artikel 3.1.3 van de Regeling.
5.Beantwoording vragenronde, beantwoording van vragen die zijn gesteld in het kader van de vragenronde over het proces van uitgifte exploitatievergunningen passagiersvaart in september 2020.
6.Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
7.Beantwoording technische vragen over het vaarvergunningenplatform & vragen over het Bibob-formulier.
8.Op grond van artikel 3.1.2, eerste lid, van de Regeling.
9.Bijvoorbeeld de naam van het vaartuig of het aantal zitplaatsen.
10.Zoals bij de structuurtekening of de tekeningen van het vaartuig.
11.Bijvoorbeeld bij de vraag over ‘overwegend belang en feitelijke zeggenschap’ en het Bibob-formulier.
12.Kamer van Koophandel.
13.Algemene wet bestuursrecht.
14.Zie artikel 3.1.7, tweede lid, van de Regeling.
15.Zie artikel 3.1.7, tweede lid, van de Regeling.
16.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:452, rechtsoverweging 6. 17.HvJEU, Trijber-arrest, C-340/14 en C-341/14, van 1 oktober 2015, rechtsoverweging 59. Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:160, rechtsoverweging 9. 18.Richtlijn 2006/123/EC van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.