ECLI:NL:RBAMS:2023:4925
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- J.W.H.G. Loyson
- K. Duker
- E. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding kosten raadsman wegens ontbreken strafzaak tegen rechtspersoon
In het strafrechtelijk onderzoek 13Rawlings worden de natuurlijke personen, te weten de enig aandeelhouder en de bestuurders van verzoeker, vervolgd wegens onder meer witwassen. Verzoeker, een rechtspersoon, is echter nooit als verdachte aangemerkt en er is geen proces-verbaal van verdenking tegen hem opgemaakt. Het Openbaar Ministerie heeft besloten verzoeker niet te vervolgen, mede op grond van het opportuniteitsbeginsel.
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten voor bijstand van een raadsman ter hoogte van € 15.077,87. De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld en geoordeeld dat verzoeker niet-ontvankelijk is omdat hij nooit verdachte is geweest en er geen sprake is van een beslissing tot sepot.
Daarnaast is een deel van de kosten toe te rekenen aan klaagschriftprocedures waarbij verzoeker als belanghebbende kan worden aangemerkt. Echter, ook voor deze kosten is het verzoek niet ontvankelijk omdat de beslissing in de beklagzaak nog niet onherroepelijk is geworden. De rechtbank verklaart het verzoek derhalve geheel niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot vergoeding van raadsman kosten omdat geen strafzaak tegen hem is ingesteld.