ECLI:NL:RBAMS:2023:4924
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- J.W.H.G. Loyson
- K. Duker
- E. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beklag tegen beëindigd strafvorderlijk beslag op bankrekening
Op 24 september 2019 werd op grond van artikel 94 Sv Pro beslag gelegd op het saldo van een ING-bankrekening ten name van klager in een strafvorderlijk onderzoek tegen de bestuurders van klager. Klager diende op 9 februari 2023 een beklag in op grond van artikel 552a Sv tegen dit beslag, stellende dat zij geen verdachte is en dat het beslag daarom opgeheven moet worden.
De rechtbank behandelde het klaagschrift op 18 juli 2023, waarbij zowel de advocaat van klager als de officier van justitie werden gehoord. Het Openbaar Ministerie stelde dat het klassieke beslag op 28 maart 2023 was omgezet in conservatoir beslag op grond van artikel 94a lid 4 Sv, waardoor het klassieke strafvorderlijke beslag was geëindigd.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was het beklag te behandelen maar dat het beklag tegen het klassieke beslag niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat dat beslag reeds was beëindigd. Er rustte nu conservatoir beslag onder een derde, niet gericht tegen klager als verdachte. Klager werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar beklag.
Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag tegen het beslag op grond van artikel 94 Sv omdat het klassieke beslag reeds is beëindigd.