ECLI:NL:RBAMS:2023:4706
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stelde in februari 2021 de WOZ-waarde vast van twee woningen aan de voor- en achterzijde van een adres in Amsterdam, respectievelijk op €536.000 en €355.000. Eiser, eigenaar van de woningen, maakte bezwaar tegen deze vaststellingen en stelde dat de waarden te hoog waren vastgesteld en dat sprake was van één WOZ-object vanwege gezamenlijke eigendom en gebruik.
De rechtbank oordeelde dat de woningen terecht als afzonderlijke WOZ-objecten zijn aangemerkt op grond van artikel 16 van Pro de Wet WOZ, mede omdat de woningen zelfstandig worden bewoond en niet naar omstandigheden bij elkaar behoren. De door eiser aangevoerde argumenten over de staat van onderhoud, overlast en bouwjaar werden door de rechtbank niet gevolgd, mede omdat de taxateur voldoende rekening had gehouden met deze factoren in de waardering.
Daarnaast stelde eiser een vergoeding immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank stelde vast dat de termijn van twee jaar was overschreden met drie maanden, wat aanleiding gaf tot een vergoeding van €500. De overschrijding was toe te rekenen aan de bezwaarfase, waardoor de heffingsambtenaar hiervoor aansprakelijk is. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en een vergoeding van €500 wegens termijnoverschrijding wordt toegekend.