Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2023 in de zaken tussen
[eiseres] , uit Amsterdam , eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
€ 18.000,- ineens. Met het bestreden besluit II heeft het college de opgelegde last in stand gehouden.
1 juli 2020. Vervolgens heeft eiseres haar woning in augustus 2020, slechts één maand daarna, verhuurd via AirBnB. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat alle chirurgen in opleiding in die periode vanwege de coronapandemie op de intensive care moesten werken. Deze periode was hectisch, stressvol, angstig en onzeker. De werkzaamheden van eiseres hebben ertoe geleid dat eiseres ook zelf een coronabesmetting heeft opgelopen, hetgeen tot nog meer angst leidde. Voor zover in algemene zin van burgers kan worden verwacht dat zij zich van vaak veranderende regelgeving op de hoogte houden [8] , is de rechtbank van oordeel dat dat in het geval van eiseres, gelet op haar persoonlijke omstandigheden en het korte tijdsverloop sinds de daadwerkelijke invoering van het vergunningenstelsel, niet kon worden gevraagd. Daarom valt het eiseres niet te verwijten dat zij niet wist dat inmiddels sprake was van een vergunningplicht. Het college heeft hier tegenover gesteld dat eiseres niet alleen geen vergunning had, maar ook geen melding van de verhuur gedaan heeft. Dit leidt niet tot een ander oordeel. Er is immers ook een periode geweest waarin het doen van een melding niet vereist was.
€ 18.000.- disproportioneel vindt. De overtreding betreft een kleine administratieve vergissing met geen enkel gevaar voor herhaling. Bovendien beschikt zij inmiddels over een vergunning voor vakantieverhuur.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit I en het herziene bestreden besluit I;
- herroept het boetebesluit;
- stelt het boetebedrag vast op nihil;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit I en het herziene bestreden besluit I;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II;
- trekt de last onder dwangsom in met ingang 19 oktober 2022;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit II;
- veroordeelt het college tot betaling van € 3.108,- aan proceskosten aan eiseres;
- bepaalt dat het college aan eiseres de door haar betaalde griffierechten ten bedrage van € 368,- vergoedt;
- veroordeelt het college tot betaling aan eiseres van € 82,15 aan verletkosten;.
- veroordeelt het college tot betaling aan eiseres van € 6,80 aan reiskosten.
mr. C.J. van 't Hoff, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2023.