De rechtbank Amsterdam behandelde het klaagschrift van klager tegen de inbeslagname van diverse goederen op basis van een Europees onderzoeksbevel (EOB) uitgevaardigd door Luxemburg. Klager verzocht om teruggave van de goederen, stellende dat de inbeslagname geen strafvorderlijk belang dient en dat het EOB niet aan zijn raadsman is verstrekt, waardoor toetsing onmogelijk is.
De rechtbank overwoog dat het EOB vertrouwelijk is en niet aan de raadsman wordt verstrekt vanwege het onderzoeksbelang en de geheimhouding zoals gewaarborgd in de Europese richtlijn. De rechtbank beschikt zelf wel over het EOB en toetst of de in beslag genomen goederen het bewijsmateriaal betreffen waarop het EOB betrekking heeft.
Uit het EOB en het onderzoek blijkt dat de in beslag genomen goederen, waaronder laptops, telefoons en afluisterapparatuur, relevant zijn voor het strafrechtelijk onderzoek in Luxemburg. Ook de iPhone 14, ondanks de recente marktintroductie, kan gegevens bevatten die van belang zijn. De rechtbank stelt vast dat geen weigeringsgronden voor de erkenning of uitvoering van het EOB aanwezig zijn en dat de formaliteiten van inbeslagneming zijn nageleefd.
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de inbeslagname en uitvoering van het EOB. De beslissing is op 5 juli 2023 in het openbaar uitgesproken.