ECLI:NL:RBAMS:2023:4130

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 juni 2023
Publicatiedatum
4 juli 2023
Zaaknummer
13-104213-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 273f Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweer psychische zorg en detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 juni 2023 het verzoek tot overlevering van een Chinese nationaliteit dragende opgeëiste persoon aan Portugal op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 10 maart 2020. Het EAB betreft strafbare feiten waaronder deelneming aan een criminele organisatie en hulp bij illegale binnenkomst.

De verdediging voerde aan dat overlevering zou leiden tot schending van artikel 4 van Pro het Handvest vanwege psychische problematiek van de opgeëiste persoon en ontoereikende psychiatrische zorg in Portugese detentie. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende actuele medische gegevens waren aangeleverd om dit te onderbouwen. Tevens werd een individuele detentiegarantie verkregen dat de opgeëiste persoon niet in de problematische gevangenissen van Lissabon, Caxias of Setúbal zal worden vastgehouden.

Op basis van deze garantie en de beoordeling dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen van de Overleveringswet, concludeerde de rechtbank dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Portugal toe ondanks het verweer over psychische zorg en detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/104213-23
Datum uitspraak: 27 juni 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 2 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 maart 2020 door
the Tribunal Judicial da Comarca de Lisboa – Juízo Central Criminal de Lisboa – Juiz 6(Portugal) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (China) op [geboortedag] 1972,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 juni 2023, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsman mr. N. Stegerhoek die waarneemt voor mr. M.L. van Gessel, beiden advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de taal Chinees (Mandarijn).
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Chinese nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB, gelezen in samenhang met het A-formulier, vermeldt een beslissing van
the Central Criminal Judge of Lisboa – Judge 6van 15 juni 2011, waarbij de dwangmaatregel voorlopige hechtenis wordt bepaald voor de opgeëiste persoon.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Portugees recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

4.1
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst een deel van de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 1 en 13, te weten:
1. deelneming aan een criminele organisatie;
13. hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Portugal een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van deze feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
4.2
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Deze feiten leveren naar Nederlands recht op:
mensenhandel.

5.Overige verweren

5.1
Artikel 11 OLW Pro: Portugese detentieomstandigheden
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat overlevering van de opgeëiste persoon tot een schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zal leiden. Volgens de raadsman is bij de opgeëiste persoon sprake van forse psychische problematiek. Volgens de raadsman worden gedetineerden met psychi(atri)sche klachten, in Portugese penitentiaire inrichtingen onderworpen aan een onmenselijke behandeling, omdat er geen (adequate) zorg voor dergelijke klachten mogelijk is. De behandeling van de zaak moet daarom worden aangehouden om nadere informatie op te vragen over de psychi(atri)sche hulp die kan worden geboden en om een individuele detentiegarantie op te vragen die ziet op de mogelijkheid tot het ontvangen van dergelijke zorg.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de raadsman niet met actuele medische gegevens heeft onderbouwd dat bij de opgeëiste persoon sprake is psychi(atri)sche klachten. Reeds hierom slaagt het verweer niet.
Bij uitspraak van 6 april 2021 [4] heeft de rechtbank een algemeen reëel gevaar aangenomen dat personen die in Portugal in de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld.
Bij e-mail van 19 mei 2023 heeft het IRC aan de Portugese autoriteiten de volgende vraag gesteld:
With regard to the detention of [opgeëiste persoon] , we kindly request a guarantee from the competent authority to confirm that [opgeëiste persoon] willnotbe detained in Lisbon, Caxias of Sebúbal.
Bij brief van 7 juni 2023 heeft de
Director-general of the Prison servicesvan het Portugese Ministerie van Justitie de volgende garantie afgegeven:
In view of the content of the letter above, I encourage the Dutch authorities to be informed that confirmation has been obtained that the defendant will not be imprisoned in any of the aforementioned prisons, remaining in the EP in Tires.
I further encourage that such information be delivered in a timely manner to INTERPOL/PJ with the execution of the European arrest warrant.
Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van een globale beoordeling, de hiervoor vermelde garantie voldoende en sluit deze garantie, in geval van overlevering, het geconstateerde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon uit. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om op grond van artikel 11 OLW Pro geen gevolg aan het EAB te geven.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 273f Wetboek van Strafrecht, en 2, 5, en 7OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Tribunal Judicial da Comarca de Lisboa – Juízo Central Criminal de Lisboa – Juiz 6(Portugal) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. J. van Zijl en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 juni 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.