Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 december 2022.
Rechtbank Amsterdam
De eigenaar van een woning nabij een bedrijventerrein vordert vergoeding van schade aan zijn woning, die hij toeschrijft aan werkzaamheden uitgevoerd door of in opdracht van Green Park, de projectontwikkelaar. De woning is gebouwd op een fundering op staal en vertoont scheuren die volgens een expert mogelijk zijn veroorzaakt door trillingen en inklinking van grondlagen.
Green Park betwist aansprakelijkheid en voert aan dat de werkzaamheden geen schade hebben veroorzaakt. De rechtbank beoordeelt of aan de vereisten van onrechtmatige daad is voldaan: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, schade en causaal verband. Uit rapporten blijkt dat de scheuren ook kunnen worden verklaard door grondwaterstandfluctuaties en temperatuurschommelingen, en dat de werkzaamheden beperkt waren en op afstand van de woning plaatsvonden.
De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat Green Park de werkzaamheden voor 10 september 2020 heeft uitgevoerd of opdracht heeft gegeven, en dat voor de werkzaamheden na die datum onvoldoende bewijs is geleverd voor toerekenbaarheid en schade. De vorderingen worden daarom afgewezen en de eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van aansprakelijkheid van Green Park voor de funderingsschade.