Op 24 januari 2023 werden in de woning van verdachte aanzienlijke hoeveelheden verdovende middelen aangetroffen, waaronder 906,22 gram MDMA, een hoeveelheid GHB en amfetamine. Verdachte verklaarde dat hij de drugs tegen vergoeding zou verpakken en dat deze door een ander waren gebracht.
De rechtbank stelde vast dat verdachte niet kon worden bewezen dat hij handelingen verrichtte zoals telen, bereiden of verkopen, maar wel dat hij samen met anderen de drugs aanwezig had, hetgeen als medeplegen werd aangemerkt. Van de tetrahydrocannabinol, GHB in twee jerrycans en een deel van de amfetamine kon de hoeveelheid of herkomst niet voldoende worden vastgesteld, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte ten minste 906,22 gram MDMA en een hoeveelheid GHB en amfetamine aanwezig had. Gezien de grote hoeveelheid harddrugs, de professionele administratie en het langdurige handelen, werd een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht.