Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
disclosuregetuige [getuige 1] , die verklaart dat als aangeefster bij haar komt zij er verwilderd uitziet, erg emotioneel is, vieze kleding draagt en klaagt over pijn in haar vagina. Op de camerabeelden is te zien dat aangeefster die nacht zichtbaar dronken is en meerdere getuigen hebben verklaard dat aangeefster in ieder geval tijdens de laatste uren van haar verblijf in de club dronken was. Verdachte moest aangeefster al tijdens het vertrek uit de club ondersteunen en vervolgens gedurende de hele weg naar de woning. In de woning van de snorder moest hij haar ook begeleiden bij het naar boven lopen van de trap zodat zij niet zou vallen. Ook verdachte heeft verklaard dat aangeefster zo dronken was dat zij haar adres niet meer wist en dat aangeefster moest overgeven. Kortom, uit de genoemde bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster onder invloed was en dat verdachte dit wist. Hij heeft aangeefster meegenomen naar een voor haar onbekende woning van een snorder en daar in een rommelhok seks met haar gehad door haar vaginaal te penetreren. Door desondanks seksuele contacten te hebben met het slachtoffer heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster ten tijde van die seksuele handelingen in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde zodat zij geen weerstand kon bieden aan de seksuele handelingen die hij met haar verrichte. De verklaring van verdachte dat aangeefster de volgende ochtend bij bewustzijn was en zelf het initiatief heeft genomen tot de seksuele handelingen, vindt de officier van justitie ongeloofwaardig.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
18 (achttien) maanden.
vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]toe tot een bedrag van € 411,00 (vierhonderdelf euro) aan vergoeding van materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (23 oktober 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening.