ECLI:NL:RBAMS:2023:285
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en voortzetting WGA-vervolguitkering op 62,19%
Eiser, voormalig database administrator, meldde zich ziek op 16 maart 2016 en ontving een WGA-loongerelateerde uitkering. Op 27 januari 2021 meldde hij toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV handhaafde de mate van arbeidsongeschiktheid op 62,19% en de voortzetting van de WGA-vervolguitkering.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek als zorgvuldig en vond dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep (VABB) de medische belastbaarheid op overtuigende wijze had vastgesteld. De aanvullende medische informatie van eiser gaf geen aanleiding tot wijziging van het standpunt, aangezien de verslechtering na 18 juli 2019 plaatsvond.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (ADBB) berekende dat eiser met de vastgestelde beperkingen 37,81% van zijn oorspronkelijke loon kan verdienen, wat overeenkomt met 62,19% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vond geen reden om de geschiktheid van de geduide functies te betwijfelen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde zij het besluit van het UWV. Proceskosten en griffierecht worden niet vergoed. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de WGA-vervolguitkering op 62,19% wordt gehandhaafd.