Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:1974

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 maart 2023
Publicatiedatum
31 maart 2023
Zaaknummer
13.337.812-22 (EAB I)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens illegale handel in verdovende middelen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 maart 2023 het verzoek tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Letland. De opgeëiste persoon, geboren in 1986 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een feit dat volgens Lets recht is bestraft met een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar.

De verdediging verzocht de zitting aan te houden in afwachting van het rapport van het Committee for the Prevention of Torture (CPT) over de detentieomstandigheden in Letse penitentiaire inrichtingen, dat in mei 2022 een bezoek bracht. De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop onvoldoende was om het verzoek te honoreren en dat er geen objectieve en actuele gegevens waren die een algemeen gevaar voor onmenselijke behandeling in Letland aannemelijk maakten.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig waren. De overlevering werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De uitspraak sluit aan bij een eerdere beslissing van 11 oktober 2022 over vergelijkbare omstandigheden.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Letland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.337.812-22 (EAB I)
RK nummer: 23/89
Datum uitspraak: 8 maart 2023
UITSPRAAK
op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 september 2022 door
the Prosecutor General's Office of the Republic of Latvia(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Letland) op [geboortedag] 1986,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 maart 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. O.J. Much, advocaat in Rotterdam en door een tolk in de Letse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Letse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
decision of the Riga city Court of 8 September 2022 regarding the application of arrest to A. Grudulismet zaaknummer 11096117220.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Lets recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Letland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

De raadsman heeft het volgende aangevoerd. In mei 2022 heeft
the Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment(hierna: het CPT) een bezoek aan Letland gebracht. De raadsman verzoekt het rapport dat naar aanleiding van dit bezoek wordt opgemaakt, af te wachten. De raadsman is op de hoogte van de uitspraak van de rechtbank van oktober 2022 [4] , maar intussen zijn er vier maanden verstreken en de verwachting is dat het rapport van het CPT nu niet lang meer op zich zal laten wachten. Het belang dat de opgeëiste persoon heeft bij het afwachten van dit rapport is dat er vragen leven, zoals waarom het CPT zo veel tijd nodig heeft alvorens het rapport beschikbaar is en of uit de conclusies van het CPT blijkt dat in Letse penitentiaire inrichtingen mensenrechten worden geschonden. Tijdens het bezoek van het CPT in mei 2022 zijn namelijk ook drie penitentiaire inrichtingen bezocht. De opgeëiste persoon heeft er belang bij om van de conclusies van het CPT inzake die inrichtingen kennis te nemen. Om die reden wordt verzocht het onderzoek ter zitting aan te houden.
De officier van justitie is van mening dat de overlevering kan worden toegestaan. Er is geen sprake van een algemeen gevaar dat gedetineerden in Letland aan een onmenselijke of vernederende behandeling worden blootgesteld en evenmin is door de verdediging onderbouwd dat dit nu wel het geval is.
De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank ziet geen aanleiding om nu anders te oordelen dan in de uitspraak van 11 oktober 2022. Het enkele tijdsverloop is daartoe niet voldoende. Daarnaast heeft de opgeëiste persoon geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens verstrekt betreffende de drie door het CPT in mei 2022 bezochte penitentiaire instellingen - te weten:
Daugavgriva Prison,
Jelgava Prisonen
Riga Central Prison-, dan wel enig andere penitentiaire inrichting in Letland, die de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van een algemeen gevaar dat gedetineerden in Letland aan een onmenselijke of vernederende behandeling worden onderworpen.
De rechtbank wijst daarom het verzoek om aanhouding af.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Prosecutor General's Office of the Republic of Latviavoor het feit zoal dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 8 maart 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rechtbank Amsterdam, 11 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:7031.