AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen en uitlokken moord en doodslag in zaak Cobra
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen en uitlokken van moord en doodslag op twee slachtoffers in Antwerpen in mei 1993, bekend als de zaak 'Cobra'. Het openbaar ministerie baseerde zich vooral op getuigenverklaringen en telecomgegevens om aan te tonen dat verdachte de opdracht tot de moorden zou hebben gegeven. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen en stelde een alternatief scenario voor met een andere mogelijke opdrachtgever.
De rechtbank oordeelde dat de getuigenverklaringen grotendeels van horen zeggen waren, wisselend en inconsistent, en dat veel getuigen niet meer konden worden ondervraagd vanwege het tijdsverloop. Dit leidde tot terughoudendheid bij de beoordeling van deze verklaringen. De telecomgegevens toonden contacten tussen verdachte en slachtoffers, maar deze ondersteunden niet overtuigend het motief of de opdracht tot moord. Ook de contacten met veroordeelde uitvoerders waren onvoldoende concreet bewijs.
Daarnaast bevatte het dossier aanwijzingen dat de slachtoffers conflicten hadden met anderen dan verdachte, waaronder een alternatieve mogelijke opdrachtgever genoemd door de verdediging. Gezien het geheel van het dossier kon de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het tenlastegelegde. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen en uitlokken van moord en doodslag.
Voetnoten
2.Informatiestaat SKDB van verdachte d.d. 28-07-2022.
3.Verklaring [naam getuige 1] bij rechter-comissaris d.d. 27 maart 2007 (digitaal dossier: map 08, p 10 e.v.).
4.Proces-verbaal onderbouwing gerechtelijk vooronderzoek d.d. 1 maart 2007 (digitaal dossier: map 09, p. 15 e.v.).
5.Zie ook noot 6 van het schriftelijke requisitoir d.d. 14 februari 2023.
6.Staatsblad 2011, 600
7.Verklaring getuige [naam getuige 5] d.d. 13-5-1993 (digitaal dossier: map 16, p. 321 e.v.).
8.Verklaring [naam 3] bij rechter-commissaris d.d. 8-9-2022 (ongenummerd).
9.Digitaal dossier: map 00, p. 272
10.Digitaal dossier: map 03, p. 334
11.Dossier Limmen p. 4
12.Verklaring [naam getuige 1] bij rechter-commissaris d.d. 23-03-2007 (digitaal dossier: map 36, p. 77)
13.Verklaring [naam 3] bij rechter-commissaris 8-09-2022 (ongenummerd).
14.[naam getuige 1] verklaart hierover onder meer dat ‘dingen door elkaar spelen omdat hij ook het dossier heeft gelezen’ en dat hij ‘niet veel zeker weet van deze zaak omdat hij in deze zaak het dossier heeft gelezen’. Zie verklaring [naam getuige 1] d.d. 21 oktober 2006 ‘kluisverklaring 14’ (digitaal dossier: map 38, p. 234).
15.Tapgesprek tussen verdachte en [slachtoffer 1] d.d. 24 maart 1993 (digitaal dossier: map 33, p. 193 e.v.) en tapgesprek tussen verdachte en [slachtoffer 1] d.d. 31 maart 1993 (digitaal dossier: map 33, p. 196 e.v.).
16.Tapgesprek tussen verdachte en [slachtoffer 1] d.d. 24 maart 1993 (digitaal dossier: map 33, p. 193 e.v.)
17.Tapgesprek tussen verdachte en [slachtoffer 1] d.d. 24 maart 1993 (digitaal dossier: map 33, p. 193 e.v.) en tapgesprek tussen verdachte en [slachtoffer 1] d.d. 31 maart 1993 (digitaal dossier: map 33, p. 196 e.v.).
18.Proces-verbaal van bevindingen verkeersgegevens van de telecom d.d. 7 januari 2009 (digitaal dossier: map 12, p. 93, 4e alinea)
19.Verklaring [naam getuige 3] d.d. 12 mei 2011 (digitaal dossier: map 17, p. 15).
20.In dit verband wijst de rechtbank onder meer op de verklaring van getuige [naam getuige 5] , voor zo ver deze spreekt over een ontmoeting in de avond van 8 mei 1993 met de man die eerder door [slachtoffer 1] in het hoofd is geschoten (digitaal dossier: map 16, p. 329 e.v.) , de verklaring(en) van [naam 3] waarin hij de door de raadsman genoemde [naam 5] als opdrachtgever aanwijst (o.a. verklaring [naam 3] bij rechter-commissaris d.d. 8-9-2022), alsmede op de zich in het dossier bevindende Interpolberichten waarin deze [naam 5] als (mogelijke) opdrachtgever wordt genoemd (berichten Interpol Wiesbaden d.d. 1 juni 1993 en 30 maart 1994 en bericht Interpol Beiroet 20 juli 1984).