Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , wonend in Amsterdam, eisers
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
25 maart 2019 afgewezen. Eisers hebben tegen de afwijzing van hun aanvraag geen bezwaar gemaakt. In dezelfde periode hebben de directe buren van eisers, wonend op het [adres 2] , ook een aanvraag voor een dakopbouw en dakterras ingediend. De omgevingsvergunning hiervoor is op 17 april 2019 van rechtswege verleend. Tegen de vergunningverlening aan hun buren hebben eisers wel bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is door verweerder ongegrond verklaard. Vervolgens hebben eisers op 3 december 2020 een nieuwe aanvraag voor een dakopbouw en dakterras ingediend, die vrijwel identiek is aan die van hun buren.
14,5 meter, zoals is opgenomen in het bestemmingsplan [naam bestemmingsplan] (het bestemmingsplan). Het bouwplan is volgens verweerder geen dakopbouw, maar een extra bouwlaag. Om te bepalen of afgeweken kan worden van het bestemmingsplan ten behoeve van een extra bouwlaag,moet getoetst worden aan artikel 25, sub a onder 6, van de regels van het bestemmingsplan. Verweerder heeft aan dit artikel invulling gegeven met de Uitvoeringsrichtlijnen bouwlagen [naam bestemmingsplan] [2] (de uitvoeringsrichtlijnen). Eisers hebben een omgevingsvergunning aangevraagd nadat de uitvoeringsrichtlijnen in werking zijn getreden. Het pand waar de woning van eisers onderdeel van uitmaakt is een orde 3 pand, gelegen in bouwkundige zone B. [3] Volgens richtlijn 2 van de uitvoeringsrichtlijnen wordt een extra bouwlaag op een dergelijk pand beschouwd als een onevenredige afbreuk van het straat- en bebouwingsbeeld. Er zijn geen bijzondere omstandigheden om van de uitvoeringsrichtlijnen ten gunste van eisers af te wijken. Er is dus niet voldaan aan de afwijkingsvoorwaarden van het bestemmingsplan en daarom is aan eisers terecht geen omgevingsvergunning verleend. Verweerder handelt hiermee niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel.
Conclusie
Beslissing
mr. M. Frishert, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2023.