De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het hof van beroep Antwerpen. De verdachte, met de Nederlandse nationaliteit, wordt gezocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van 40 maanden wegens illegale handel in verdovende middelen. De rechtbank onderzocht de identiteit en de rechtsgrondslag van het EAB en concludeerde dat het vonnis nog niet onherroepelijk is, omdat er een verzetprocedure is ingesteld.
De rechtbank beoordeelde de dubbele strafbaarheid van de feiten en stelde vast dat de feiten in Nederland ook strafbaar zijn als valsheid in geschrift. De overlevering kan worden toegestaan onder de voorwaarde dat de verdachte, indien veroordeeld, de straf in Nederland mag ondergaan. De substituut-procureur-generaal gaf hiervoor een voldoende garantie.
De verdediging voerde aan dat de detentieomstandigheden in België onmenselijk zijn, mede vanwege de medische situatie van de verdachte. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin een algemeen gevaar voor onmenselijke behandeling in Belgische gevangenissen werd vastgesteld, maar concludeerde dat dit gevaar voor de verdachte is weggenomen door een specifieke individuele detentiegarantie van de Belgische autoriteiten. Deze garantie omvat onder meer voldoende leefruimte, sanitaire voorzieningen, medische zorg en dagactiviteiten.
Gezien het voldoen aan alle wettelijke eisen en het ontbreken van weigeringsgronden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.