Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, een ongedocumenteerde migrant uit Nepal, verzoekt om schorsing van de executie van een eerder vonnis dat hem verplicht de LVV-opvanglocatie te verlaten. Eiser stelt dat sinds het vonnis van 30 november 2021 bijna een jaar verstreken is en dat hij vanwege medische problematiek recht heeft op een uitzonderingsbed, waarvoor een medische toetsing had moeten plaatsvinden.
De LVV-locaties zijn bedoeld voor migranten zonder verblijfsrecht en het beleid voorziet in trajecten voor terugkeer of doormigratie. Eiser is in 2019 toegelaten tot een LVV-locatie en heeft een perspectiefplan opgesteld gericht op terugkeer naar Nepal. Zijn traject is beëindigd wegens onvoldoende medewerking, waarna hij meerdere sommaties tot vertrek ontving en een vonnis tot ontruiming werd uitgesproken.
Eiser heeft een verzoek ingediend voor een uitzonderingsbed vanwege zijn medische situatie, maar dit verzoek is niet inhoudelijk beoordeeld omdat het volgens de Regiegroep en de gemeente niet voldeed aan de voorwaarden. De voorzieningenrechter stelt dat het vonnis van 30 november 2021 onherroepelijk is en dat schorsing alleen kan plaatsvinden bij misbruik van bevoegdheid of een nieuwe noodtoestand. Er is geen bewijs dat de medische situatie van eiser sinds het vonnis zodanig is veranderd dat schorsing gerechtvaardigd is.
De rechtbank concludeert dat de vordering van eiser moet worden afgewezen en veroordeelt hem in de proceskosten. De gemeente heeft voldoende aangetoond dat opvangmogelijkheden beschikbaar zijn, waaronder winteropvang en opvang in Ter Apel voor instromers die meewerken aan terugkeer.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing ontruiming LVV-opvanglocatie wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe medische noodtoestand.