In deze zaak staat een huurgeschil centraal tussen [eisers] en Hotel Rembrandt 17 B.V. over huurachterstand en huurkorting vanwege de coronapandemie. Na een tussenvonnis van oktober 2021 hebben partijen aanvullende stukken ingediend, waaronder overzichten van vaste lasten, omzetdaling en TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) door een accountant.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat coronamaatregelen geen gebrek aan het gehuurde opleveren, maar wel onvoorziene omstandigheden kunnen zijn die huurvermindering rechtvaardigen. De kantonrechter past deze jurisprudentie toe en hanteert de formule van de Hoge Raad om de huurkorting te berekenen, waarbij de huurprijs wordt verminderd met een deel van de TVL en een omzetdaling wordt meegenomen.
De kantonrechter oordeelt dat de door Hotel Rembrandt 17 overgelegde cijfers betrouwbaar zijn, ondanks bezwaren van [eisers] over leesbaarheid en onderbouwing. De huurprijs van €20.000 per maand voor het gehuurde wordt aanvaard. De huurkorting wordt berekend over de periode januari 2020 tot en met juli 2021, waarbij een huurachterstand van €1.313,13 resteert.
De gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen omdat de huurachterstand minder dan drie maanden bedraagt en de coronapandemie een onvoorziene omstandigheid is die ontbinding niet rechtvaardigt. Buitengerechtelijke kosten en boete worden afgewezen, maar wettelijke rente wordt toegewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.