Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
AFWIJZING VORDERING VERLENGING GEVANGENHOUDING
EN OPHEFFING GEVANGENHOUDING
[opgeëiste persoon] ,
the Circuit Law Court in Świdnica(Polen) voor de tenuitvoerlegging van de volgende bij vier afzonderlijke vonnissen opgelegde vrijheidsstraffen:
- (vonnis I) een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren en tien maanden, waarvan volgens het EAB nog twee jaar, negen maanden en 28 dagen resteren;
- (vonnis II) een vrijheidsstraf voor de duur van een jaar en zes maanden, waarvan nog een jaar, vijf maanden en 29 dagen resteren;
- (vonnis III) een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, waarvan nog vijf maanden en 29 dagen resteren;
- (vonnis IV) een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren en twee maanden, waarvan nog twee jaren, een maand en 29 dagen resteren.
- de omstandigheid dat de Nederlandse strafzaak één feit betreft ten gevolge waarvan een gevangenisstraf van 14 dagen is opgelegd, afgezet tegen de vier veroordelingen van de opgeëiste persoon voor in totaal negen strafbare feiten in Polen waarvoor (onherroepelijke) gevangenisstraffen zijn opgelegd van in totaal zeven jaar;
- de omstandigheid dat de cassatieprocedure een schriftelijke procedure betreft, alsmede dat onzeker is of het beroep in cassatie zal slagen en de zaak opnieuw ten gronde zal moeten worden beoordeeld door een gerechtshof;
- het belang van Polen onverwijld de overlevering te verkrijgen in relatie tot het belang van Nederland de strafprocedure tot een einde te brengen binnen de ongeveer bijna zeven jaar gevangenisstraf die van de in Polen opgelegde straf nu nog resteren;
- het aanwezigheidsrecht van de opgeëiste persoon in de Nederlandse strafvervolgingsprocedure weegt weliswaar zwaar, maar het is, indien het cassatieberoep slaagt en de Hoge Raad de zaak terugwijst naar het gerechtshof, aan het behandelend gerechtshof om “alle consequenties te trekken die voortvloeien uit de eerbiediging van het aanwezigheidsrecht in het kader van de organisatie van het proces tegen die persoon, teneinde hem een reële mogelijkheid te bieden om daaraan deel te nemen”
de factoeen groot deel van zijn gevangenisstraf in Nederland uitzit. Dit draagt immers niet bij aan het verhogen van kansen op sociale re-integratie in Polen.
BESLISSING:
BEPAALT dat er geen reden is tot uitstel van de feitelijke overlevering.
[opgeëiste persoon].