Eiseres, een Duitse studente en student-assistent, had studiefinanciering en een reisproduct aangevraagd voor oktober tot en met december 2020. Duo wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende later het recht op studiefinanciering toe na bezwaar en beroep. Duo weigerde echter schadevergoeding voor het gemiste reisproduct toe te kennen, verwijzend naar artikel 3.29 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
De rechtbank oordeelt dat artikel 3.29 Wsf 2000 niet expliciet van toepassing is op de situatie waarin studiefinanciering pas achteraf wordt toegekend. Eiseres heeft recht op schadevergoeding over de gehele periode, ook voor november en december, omdat zij toen recht had op studiefinanciering en het reisproduct. Het niet tijdig indienen van gegevens kan haar niet worden tegengeworpen.
De rechtbank volgt de Centrale Raad van Beroep dat de forfaitaire vergoeding uit artikel 3.27 Wsf 2000 kan worden toegepast, en dat Duo de schadevergoeding alsnog moet berekenen en toekennen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en Duo opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt Duo veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.