ECLI:NL:RBAMS:2022:7663
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk in verzoek tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 december 2022 een vordering van de officier van justitie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Functioneel Parket in Sofia, Bulgarije. De opgeëiste persoon, met dubbele Nederlandse en Turkse nationaliteit, werd verdacht van een strafbaar feit volgens het Bulgaarse Strafwetboek.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn van 90 dagen voor het nemen van een beslissing op het overleveringsverzoek was verstreken, waardoor geen grondslag meer bestond voor gevangenhouding. De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk omdat het EAB was gebaseerd op een nationaal aanhoudingsbevel waartegen geen rechterlijke voorziening openstond, wat volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (arrest Svishtov Regional Prosecutor’s Office) niet voldoet aan het vereiste van effectieve rechterlijke bescherming.
De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. Hiermee wordt benadrukt dat aan de voorwaarden voor rechterlijke toetsing van aanhoudingsbevelen binnen de EU strikt moet worden voldaan om de fundamentele rechten van de opgeëiste persoon te waarborgen.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel wegens het ontbreken van effectieve rechterlijke bescherming.