ECLI:NL:RBAMS:2022:7152
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deelwijziging betalingsverplichting wegens schending informatieplicht bij inschrijving hogeschool
De kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 1 december 2022 geoordeeld over een geschil tussen Hogeschool Windesheim en een studente uit Amsterdam. Windesheim had een overeenkomst op afstand gesloten met de studente waarbij zij verplicht was het wettelijk collegegeld te betalen. De hogeschool stelde zich op het standpunt dat de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) een lex specialis vormt die haar vrijstelt van de informatieverplichtingen uit het Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter verwierp dit standpunt en oordeelde dat Windesheim als handelaar moet worden aangemerkt en dus aan de informatieverplichtingen van Afdeling 2B van Titel 5 van Boek 6 BW moet voldoen.
De kantonrechter stelde vast dat Windesheim niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:230v lid 3 BW, omdat tijdens het inschrijfproces geen ondubbelzinnige mededeling werd gedaan dat het klikken op de knop een betalingsverplichting inhield. Ook werden andere informatieplichten geschonden, zoals het niet informeren over het herroepingsrecht en het niet tonen van identiteit en adresgegevens tijdens het inschrijfproces. Hoewel de overeenkomst vernietigbaar is, achtte de kantonrechter algehele vernietiging niet evenredig en beperkte de vernietiging tot 50% van de betalingsverplichting.
De sanctie werd als doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig beschouwd, mede omdat de Regeling in- en uitschrijving studiejaar 2019-2020 van Windesheim enige bescherming biedt. De studente werd veroordeeld tot betaling van € 216,87 plus wettelijke rente en een gematigde incassokostenvergoeding. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De overeenkomst wordt deels vernietigd en de studente hoeft slechts de helft van het gevorderde bedrag te betalen.