Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
2.Aanleiding en verloop vooronderzoek
3.Beschuldiging
4. Vormverzuim en bewijsuitsluiting
sole or decisive’) voor de bewezenverklaring? Zo ja:
sole or decisive’) kan worden beschouwd. De verklaring van [getuige 5] is van belang voor het bewijs voor zover deze verklaring betrekking heeft op de betekenis van de sterretjes in de sms’jes aan verdachte. Vergelijkbare sms’jes hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] namelijk ook aan verdachte gestuurd. De politie heeft geconcludeerd dat de sterretjes in de sms’jes prostitutieverdiensten betreffen. Zij komt tot die conclusie op basis van het tijdstip waarop alsook de frequentie waarmee de sms’jes werden verzonden en het uitblijven van een reactie daarop van verdachte. Deze conclusie wordt slechts ondersteund door de verklaring van [getuige 5] .
5.Standpunten van procespartijen
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voelen zich geen slachtoffer, zijn niet in hun vrijheid beperkt, zijn mondig en zelfredzaam. Verder hebben ook verscheidene andere getuigen ontlastende verklaringen afgelegd. Al met al bevat het dossier onvoldoende bewijs voor de ten laste gelegde handelingen, dwangmiddelen, gedragingen en uitbuiting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
6.Beoordeling
- het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en/of opnemen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voor de prostitutie (sub 1);
- [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zich beschikbaar doen stellen voor de prostitutie (sub 4);
- het voordeel trekken uit de prostitutie van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (sub 6);
[de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ]en [slachtoffer 2]
[de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ]te veel op elkaars lip zitten. Veelzeggend is hierbij ook dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] achtereenvolgend op hetzelfde adres aan de [adres] hebben gewoond, [slachtoffer 2] van 14 april 2009 tot en met 24 juni 2013 en [slachtoffer 1] van 8 juli 2013 tot en met 9 september 2016.
[de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ]en [slachtoffer 2]
[de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ]:
[slachtoffer 1] , in opdracht van verdachte naar hun werk en naar huis heeft vervoerd.
Zijn verklaring vindt bevestiging in tapgesprekken in combinatie met een aantal observaties.
[de rechtbank begrijpt: [getuige 4] ].De dag erna hebben verdachte en [slachtoffer 1] een gesprek waarin [slachtoffer 1] laat weten dat ze ‘het’ gisteren in een tasje heeft gedaan en aan [getuige 4] heeft gegeven, waarbij ze hem had gefeliciteerd met zijn verjaardag. Uit het politieonderzoek blijkt echter dat [getuige 4] helemaal niet jarig is op 20 juni, maar op 27 november.
[de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] ]niet kan betalen omdat ‘de zijne’ niet genoeg heeft. [slachtoffer 1] moet het geld dan geven aan een persoon genaamd [naam persoon] .
Mama heeft me gevraagd om sandalen en een T-shirt voor haar te kopen.
[de rechtbank begrijpt: verdachte]het haar nog niet heeft verteld.
“Nee hoor, baby, jou overkomt niks…je gaat van huis naar de kamer en van de kamer naar huis…niet op straat.”[slachtoffer 1] bevestigt dit:
“Dat klopt…maar je weet maar nooit.”
“ik heb niemand anders om er over te praten.”
bijlage IIbij dit vonnis.
“ik ben bezet” / ”ik was bezet” / “nu zit ik” / "ik zit maar te zitten”/ “ik sta maar te staan” / “Ik heb de kamer nog niet bij elkaar” / “Saaie boel” / “volgende keer vrijdag vrij nemen”. Het vermoeden dat ze aan het werk is, wordt gesterkt door het feit dat haar telefoon op dit momenten contact maakt met de zendmast, gelegen aan de [adres] . Dit is in de directe nabijheid van haar werkplek.
Ik heb net op internet gekeken. Er is er een op de Dam. 1400 inclusief alles.” Verdachte zegt dan tegen haar dat het “
een hoop geld” is en dat zij nog even moet wachten “
tot deze maand voorbij is (ntv) en daarna kijken we, spreken we wat af.”. Twee weken later, op 7 juli 2016, vindt dan het volgende telefoongesprek plaats tussen verdachte en [slachtoffer 2] :
Kan ik niet, ik ben een teder schepsel”, waarop verdachte reageert met de woorden: “
Niks teder, alleen anaal, baby.” Ook op 28 juli 2016 laat [slachtoffer 2] aan verdachte weten dat zij zich niet goed voelt. Dit keer laat verdachte haar echter weten: “
Rust uit thuis. Vandaag ga je niet.” In het dossier bevinden zich meerdere gesprekken waarin verdachte aan [slachtoffer 2] vertelt dat ze medicatie in moet nemen als ze ziek is en waarin verdachte bepaalt of [slachtoffer 2] naar huis mag als ze zich ziek voelt.
“Verdomme, die klootzak…als je je niet lekker voelt, ga dan meteen naar huis, hoor je me?”Wanneer [slachtoffer 2] aangeeft dat ze hoopt dat ze geen blauwe plek krijgt en dat het zeer doet, zegt verdachte vervolgens:
“ga dan naar huis.”
[slachtoffer 2] . Dit leidt de rechtbank af uit een gesprek op 10 juni 2016, waarin [slachtoffer 2] aan verdachte vraagt of zij “met twee Russen” naar een hotel mag. Verdachte laat haar dan weten: “
(…) Oppassen dat ze jullie niet opnemen. (…) Kijk daarvoor uit, verder is het prima.” Eenzelfde gesprek vindt plaats op 22 juni 2016. [slachtoffer 2] belt dan naar verdachte om hem te vragen of zij met een “gozer” naar een hotel mag. Verdachte laat dan weten: “
Nee. Geen sprake van (stilte) … heeft geen zin. (…) Weet hij niet waar je kamer is? Waarom naar een hotel?”
“Ik ging er alleen voor jou uit, anders blijf ik 24 uur lang slapen, 24 uur per dag, geen punt”. Op 16 juli hebben verdachte en [slachtoffer 2] het volgende gesprek met elkaar:
[de rechtbank begrijpt: [getuige 4] ]haar soms naar huis bracht.
“ik heb je bij mij toegelaten”,waarbij de rechtbank zich niet aan de indruk kan onttrekken dat verdachte het ten opzichte van [slachtoffer 2] voor het zeggen heeft.
[slachtoffer 1] .
bijlage IIbij dit vonnis.
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Straf
10.Beslag
11.Gevangenneming
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
54 (vierenvijftig) maanden.